In gesprek met Melissa Giardina, veellezer en kersvers ambassadeur van het Leesfonds

Dat lezen je leven kan bepalen, zal de flamboyante Melissa Giardina volmondig beamen. Al sinds haar kindertijd is ze gebeten door het leesvirus, en ook vandaag staat haar leven grotendeels in het teken van boeken. Ze werkte als vertaler-tolk, redacteur en boekhandelaar, maar is tegenwoordig vooral actief als interviewer en literair moderator via haar bedrijfje Vindetta! In die hoedanigheid zetelt ze ook in de jury van de Bronzen Uil. Sinds kort is ze bovendien ambassadeur van het Leesfonds – een ideale manier om haar levenslange boekenliefde te delen met duizenden kinderen in Vlaanderen en Brussel.

Je noemt jezelf een ‘veellezer’. Ben je dat altijd al geweest?

Eigenlijk wel. Ik herinner me dat ik als kind al mateloos gefascineerd was door boeken. Mijn ouders waren geen grote lezers, maar een paar leerkrachten zijn erin geslaagd mijn liefde voor lezen aan te wakkeren. Ik was een behoorlijk introvert kind, dat het liefst van al in een hoekje zat te lezen. Als mijn buurjongen of -meisje kwam vragen om samen te spelen, vroeg ik mijn mama soms om te zeggen dat ik niet thuis was, zodat ik verder kon lezen. Dus ja, je kunt wel stellen dat die leesmicrobe er al van jongs af aan in zit (lacht).

Wat vind je zo geweldig aan boeken?

Het mooiste aan een boek is dat het me toelaat mezelf te verplaatsen in een andere wereld – heerlijk om zo even te ontsnappen aan de realiteit. Bovendien vind ik een boek nog altijd een fantastisch product. De geur, het gevoel … Ik betrap mezelf erop dat ik vaak aan boeken ruik of ze aanraak. Ik weet dat mensen steeds vaker e-books lezen, maar daar mis ik die extra dimensie toch. Ik blijf dus fysieke boeken kopen, ook al ben ik bang dat ik nooit voldoende tijd zal hebben om ze allemaal te lezen. Het is sterker dan mezelf, vrees ik.

Je leest natuurlijk sowieso veel boeken voor je werk. Kan lezen jou dan nog tot rust brengen?

Absoluut. Mijn vriend is schrijver en journalist, maar hij geeft ook les in een schrijfopleiding, waardoor ik soms een hele avond voor mezelf heb. Vaak moet ik dan nog interviews of panelgesprekken voorbereiden, maar op de zeldzame vrije momenten vind ik het echt ontspannend om me in de zetel te installeren met een zelfgekozen boek dat niets met mijn werk te maken heeft. Dan kom ik volledig tot rust. Wat niet wil zeggen dat ik er niet van kan genieten om de boeken te lezen van de auteurs die ik moet interviewen. Het klinkt misschien als een cliché, maar ik vind het fantastisch dat ik van mijn hobby mijn beroep heb kunnen maken en dat ik iets kan betekenen in het boekenvak. En sinds kort doe ik dat dus ook via het Leesfonds.

Wat doet dat Leesfonds precies?

Het Leesfonds wil dat alle kinderen kunnen uitgroeien tot goede lezers. Daarom werven we fondsen voor meer dan 450 organisaties uit Vlaanderen en Brussel die op een structurele manier werken aan leesbevordering bij kinderen. Het Leesfonds geeft ze geen geld, maar keert de steun uit in de vorm van boekenbonnen. Die kunnen de leesbevorderende organisaties in hun lokale boekhandel inwisselen – met een bonus van de boekhandel erbovenop – om de boeken aan te kopen die ze nodig hebben voor hun werking. Het ontbreekt die lokale leesinitiatieven allesbehalve aan motivatie en visie, maar ze beschikken vaak niet over voldoende up-to-date boeken die aangepast zijn aan de noden van hun doelpubliek anno 2023. Daarmee bedoel ik inclusieve boeken, boeken met kindjes van kleur als hoofdpersonage, boeken met kindjes die twee mama’s of papa’s hebben of van wie een van de ouders gestorven is … Kortom, boeken waarin elk kind zich kan herkennen.

Het was een bewuste keuze om met het Leesfonds geen nieuwe leesinitiatieven te lanceren, maar het bestaande aanbod te versterken, want in het werkveld gebeuren al fantastische dingen. Ons doel is om tegen april 2024 voldoende fondsen te werven voor 1000 boekenbonnen van 250 euro, enerzijds via bedrijven en serviceclubs, anderzijds via een crowdfundingcampagne bij het brede publiek. We hopen zo veel mogelijk lokale leesinitiatieven te kunnen ondersteunen met boekenbonnen, maar zijn dus volledig afhankelijk van donaties.

Wie zijn die 450 organisaties die een beroep hebben gedaan op steun van het Leesfonds?

De respons op onze projectoproep eind 2022 was overweldigend en heel divers. Zowel scholen, kinderopvanginitiatieven, organisaties die aan huiswerkbegeleiding doen, jeugd- en buurtwerkers, ziekenhuizen, leescoaches als socioculturele vzw’s hebben het Leesfonds om geld en/of inhoudelijk advies gevraagd. Veel mensen zijn verbaasd als ik vertel dat zelfs scholen niet genoeg geld hebben om boeken te kopen, maar dat is helaas de realiteit. Ze krijgen van de overheid wel subsidies voor andere aspecten van hun werking, maar niet om prentenboeken, romans en kwalitatieve non-fictie aan te kopen waar leescoaches mee aan de slag kunnen. En bij de niet-schoolse initiatieven is de boekennood zo mogelijk nog groter. Velen onder hen werken grotendeels met vrijwilligers en hebben geen reusachtige budgetten ter beschikking. Zo komt het dus dat meer dan 450 organisaties ons om hulp hebben gevraagd. We weten wat te doen (lacht).

Waarom was zo’n Leesfonds nodig?

Het Leesfonds is opgericht als een van de maatregelen om iets te doen aan de toenemende ontlezing in Vlaanderen en Brussel. We baseren ons voornamelijk op de resultaten van de internationale PISA- en PIRLS-onderzoeken, die onder meer de leesvaardigheid meten van 10- en 15-jarigen. Vlaanderen en Brussel bengelen behoorlijk onderaan die lijsten. Om je een idee te geven: 70 procent van onze kinderen haalt het basisniveau niet. Dat is natuurlijk heel zorgwekkend. Goed kunnen lezen is een absolute basisvaardigheid als je vandaag wilt meedraaien in de samenleving. Het gaat niet eens over graag boeken lezen, maar over rudimentaire zaken als bijsluiters correct kunnen interpreteren, dienstregelingen raadplegen, veiligheidsinstructies begrijpen op de werkvloer … Cru gesteld: wie niet voldoende kan lezen, valt uit de boot. Dat is niet alleen jammer voor de persoonlijke ontwikkeling van al die kinderen, de ontlezing vormt stilaan ook een enorm maatschappelijk probleem. Dus ja, zo’n Leesfonds is echt nodig. De meeste organisaties die een beroep hebben gedaan op het Leesfonds missen bovendien de slagkracht om zelf een crowdfundingcampagne op poten te zetten. Ze hebben daar noch de tijd, noch het netwerk voor.

Wat trok jou over de streep om ambassadeur te worden van het Leesfonds?

Ik vind het gewoon een prachtig initiatief. De liefde voor het boek doorgeven en mensen warm maken voor lezen… is er iets mooiers? Het voelt bovendien niet echt aan als werken, aangezien ik dat ook in mijn privéleven te pas en te onpas doe (lacht). Dat het Leesfonds onderdak kreeg in het prachtige stadspaleis van de Koninklijke Academie voor Taal en Letteren (KANTL) in Gent was een mooie extra. En ja, de leesvaardigheidscijfers zíjn dramatisch en er ís nog veel werk aan de winkel, maar tegelijk is het een heel positief verhaal. We weten dankzij voorbeelden uit het buitenland wat er moet gebeuren om het tij te keren, en een eerste belangrijke en relatief eenvoudige maatregel is ervoor te zorgen dat elk kind kan opgroeien in een omgeving vol boeken. Dat begint door al die scholen en andere organisaties van boeken te voorzien. Want zij leveren stuk voor stuk prachtig werk en maken elke dag opnieuw het verschil voor duizenden kinderen. Ik zet mij dus met veel enthousiasme in om hen daarbij te helpen door te zorgen voor een financieel duwtje in de rug.

Het Masereelfonds steunt het Leesfonds. Jij ook?

Laten we samen het leesvirus verspreiden onder duizenden kinderen in Vlaanderen en Brussel!

Doe een gift op leesfonds.be.

Schrijf je in op de nieuwsbrief via diezelfde website.

Volg het Leesfonds op Facebook en Instagram.