26 apr 2020

Johny Lenaerts – Murray Bookchin en de ecologische basisdemocratie

Uitputting van de grondstoffen, uitroeiing van de soorten, klimaatopwarming: de natuur is in crisis. Murray Bookchin, Amerikaans pionier van de sociale ecologie, roept op tot een globale verandering.

Johny Lenaerts is publicist en vertaler. Vertaalde o.m. Michael Lausberg, ‘De Filosofie van Peter Kropotkin’ (2019); Simone Weil, ‘Onderdrukking en vrijheid’ (2018); Siegbert Wolf, ‘Milly Witkop, anarchiste en feministe’ (2016); Rudolf Rocker, ‘Onder Joodse arbeiders’ (2015).

‘Wil de industriële beschaving blijven voortbestaan, dan moet de mens volledig nieuwe energiebronnen aanboren … Meteorologen menen dat een temperatuurstijging een verhoogde luchtcirculatie en steeds meer verwoestende stormen tot gevolg zullen hebben. Theoretisch zou de temperatuurstijging van de dampkring, veroorzaakt door een eeuwenlange verbranding van fossiele brandstoffen, zelfs de poolkappen van de aarde kunnen doen smelten en het vasteland doen onderlopen.’

Deze waarschuwende woorden staan te lezen in een boek dat in 1965 bij een Nederlandse uitgeverij verscheen onder de titel Stikkende steden, geschreven door Murray Bookchin, Amerikaans pionier van de sociale ecologie. Bookchin (1921-2006) pleit in dit boek voor zonne-energie, windturbines en windmolens, en getijdencentrales. Maar op de eerste plaats pleit hij voor een maatschappij in zelfbeheer.

Een actief leven

Bookchin groeide op binnen de vooroorlogse communistische arbeidersbeweging. In de jaren 1960 en 1970 was hij getuige van de opkomst van de ecologische en de feministische beweging, van burgerinitiatieven en buurtcomités – door hem ‘community movements’ genoemd. In deze tegencultuur zag hij een utopisch denken in de beste betekenis van het woord.

Bookchin schreef in talrijke tijdschriften en nam deel aan demonstraties tegen de bouw van een kerncentrale, tegen de oorlog in Vietnam en voor burgerrechten van de zwarte bevolking. In de zomer van 1967 vloog hij naar Parijs en ontmoette er de situationisten Debord en Vaneigem. Hij interviewde veteranen van de Spaanse burgeroorlog en trok naar Amsterdam om de provo’s van dichtbij bezig te zien. Een jaar later, in de zomer van 1968, zou hij opnieuw Parijs aandoen, deze keer om de leiders van de mei-opstand te interviewen en te onderzoeken wat er zich voorgedaan had. Vanaf 1973 zou Bookchin deelnemen aan de jaarlijkse zomerconferenties van het Goddard College in de bergen van Vermont, niet ver van zijn woonplaats Burlington. Het is een progressieve school met een internationale uitstraling. Hier wisselen enthousiaste jongeren ideeën uit over visteelt, zonne-energie en organische landbouw, over eco-decentralisering en utopie. Op een nabijgelegen veld wordt er geëxperimenteerd met alternatieve technologie en organische landbouw. In de herfst van 1974 begon Bookchin les te geven aan het Ramapo College in de staat New Jersey. Tot aan zijn pensionering in 1983 zou hij er gedurende het reguliere schooljaar sociale ecologie en geschiedenis van het sociale denken doceren, om tijdens de zomer naar Vermont te verkassen voor het Social Ecology Studies Program. De milieustudies van het Ramapo College zouden spoedig honderden studenten aantrekken. Gedurende heel deze periode bleef Bookchin onvermoeibaar lezingen geven over hiërarchie en overheersing, over decentralisering en technologie, en over stadstuinieren met zonnecollectors en aquacultuur.

Tegenmacht

Ondertussen kwamen in de grote steden van Amerika krachtige buurtbewegingen tot stand. Bookchin volgde hun ontwikkeling van dichtbij. Hij meende er een springplank in te zien voor een politieke tegenmacht. Er ontstond een protestbeweging tegen de bouw van kerncentrales. Bookchin was een graag geziene gast.

Na het zomerprogramma van 1980 nam Bookchin ontslag bij het Goddard College om meer tijd te hebben voor zijn schrijfwerk. Korte tijd later zou hem ook een sabbatjaar door het Ramapo College toegestaan worden. In de lente van 1981 maakt hij een verschillende weken durende tournee in West-Europa. Terug in de VS raakt Bookchin betrokken bij de buurtbeweging van zijn woonplaats Burlington, Vermont, waar een zekere Bernie Sanders burgemeester geworden was. Met grote belangstelling volgde Bookchin de ontwikkelingen van de Montreal Citizens’ Movement in Canada en de Duitse groene partij. In september 1984 sprak Bookchin op een anarchistisch congres in Venetië. Daar nam hij de trein naar Frankfurt en knoopte er vriendschappelijke betrekkingen aan met Jutta Ditfurth, die op dat moment een van de belangrijkste leiders van de Duitse Grünen was en woordvoerster van de radicale vleugel van de partij. Bookchin vond in haar een geestverwante. In de VS nam Bookchin zijn onderwijstaak voor de zomersessies van het Institute of Social Ecology – zoals de instelling inmiddels genoemd werd – weer op.

In juli 1987 vond in Hampshire College het stichtingscongres van de Amerikaanse groene partij plaats. Bookchin was uitgenodigd om de openingstoespraak te houden. Toen hij het podium beklom verwelkomden tweeduizend activisten hem vol enthousiasme als de grand old man van de ecologie-beweging. Momenteel, zo stelde Bookchin, is de groene beweging potentieel de belangrijkste kracht om de mensen ervan te overtuigen de ecologische crisis aan te pakken. Het moet eveneens een sociale beweging zijn, zo zei hij, die sociale thema’s aanpakt zoals de aard van het economisch systeem. Want alle ecologische problemen wortelen in maatschappelijke problemen. We moeten zowel spreken over maatschappelijke onderdrukking en uitbuiting als over milieuproblemen, en we dienen zowel de strijd voor sociale gerechtigheid als milieubescherming te ondersteunen. Op lokaal niveau sloot Bookchin zich aan bij ‘The Burlington Greens’. In 1989 besloten ze aan de gemeenteraadsverkiezingen deel te nemen. Met 3,4 % van de stemmen kon dit moeilijk een succes genoemd worden. Overwinnaar was… burgemeester Bernie Sanders! Op het einde van de jaren 1980 meende Bookchin een normalisering van de groene partijen vast te stellen. Hij besloot zich uit de politiek terug te trekken. Hij zou nog lijvige boeken schrijven, zomercursussen blijven geven, polemiseren tegen ‘Deep Ecology’ en ‘lifestyle-anarchisme’, en bezoekers uit binnen- en buitenland ontvangen. Op 30 juli 2006, 85 jaar oud, zou Murrray Bookchin aan een hartfalen bezwijken.

Burgerraden

In de herfst van 1985, een jaar na zijn vorig bezoek, was Bookchin naar Duitsland teruggekeerd om er de Duitse vertaling van zijn boek The Ecology of Freedom te promoten. Op de boekenbeurs van Frankfurt kende hij veel bijval. Op 11-13 oktober werd er een seminarie georganiseerd in de omgeving van Hamburg. Groene intellectuelen van alle stromingen kwamen erop af om Murray Bookchin te horen spreken. Hij trachtte een lezing te houden over natuurfilosofie en de Frankfurter Schule, maar al snel merkte hij dat hun gedachten er niet bij waren – de enige vraag die hun aandacht kon trekken was of de Groenen van Hessen na de recente verkiezingen een regeringscoalitie met de sociaaldemocraten zouden aangaan. Bookchin smeekte hen zulke vragen achterwege te laten. Waarachtige politiek ging niet over het mobiliseren voor de volgende verkiezingen maar over het creëren van burgerraden in wijken en gemeenschappen. Hij zat op het podium samen met Thomas Ebermann, de Hamburgse eco-socialist die door Bookchin beschouwd werd als een van de meest talentvolle woordvoerders van de socialistische stroming bij de Groenen. Wat dacht Ebermann over zijn municipalistisch programma?

Ebermann antwoordde daarop dat hij het niet eens was met Bookchins basisprincipe dat lokale politiek dichter bij de mensen zou staan dan regionale of federale – in Duitsland, zei hij, waren zelfs lokale bestuurders geïntegreerd in het machtssysteem. Waarop Bookchin antwoordde dat het objectief om mensen te kiezen voor een gemeenteraad niet tot doel had milieuhervormingen door te voeren die de lokale economische belanghebbenden toch niet zouden toestaan, maar om burgerraden te creëren en om er macht naar toe over te hevelen door het stadscharter te veranderen. Duitse steden hebben geen charter, merkte Ebermann op. Duitse steden hebben geen speciale rechten en vrijheden. Creëer dan raden buiten de machtsstructuren, zei Bookchin, en zorg dat ze structureel meer macht verkrijgen! Eis grond voor groene ruimten, voor ecologische programma’s. Eis sociale woningen, controle over onderwijs, gratis openbaar vervoer, enzovoorts, en drijf deze eisen op. De mensen zullen toestromen naar de raden die je bijeenroept, en je zult de weg van de democratisering van de stad ingeslagen zijn. Verenig dan deze gedemocratiseerde steden in een confederatie en eis macht van de regionale overheid, vervolgens van de federale overheid. Als elk niveau macht eist van het hogerliggend niveau, vergroot dan die macht, je zal Duitsland herstructureren tot een volkse democratie. Maar eerst heb je een burgerbeweging nodig om die raden te creëren. Zonder zo’n beweging zal je nooit verder geraken dan wat duwen en trekken in de Bundestag. Ebermann antwoordde dat Bookchins plan veel te idealistisch was. Gemeentebesturen zouden nooit samenwerken – de kapitalistische maatschappij creëert competitie onder hen. Uiteindelijk wees hij Bookchins ideeën af precies omdat het ideeën waren, omdat het theorie was. Theorieën waren deel van het probleem, zo zei hij, en enkel angstige mensen hebben er behoefte aan. Wij wachten niet op een grote figuur om ons te redden met een briljant idee of met een perfecte oplossing. De beste ideeën zullen uit de straten komen, waar de echte strijd plaatsvindt.

Een briljant idee

Als reactie op de financiële crisis van 2008 nam in Spanje het protest de vorm aan van pleinbezettingen door de zogenaamde Indignados – bakermat van Podemos en de burgerplatforms die in Madrid en Barcelona de burgemeesterszetel verwierven. Pijler van deze platforms is de burgerparticipatie op wijkniveau. Op initiatief van de ‘gele hesjes’ van Commercy worden zowat overal in Frankrijk burgerbijeenkomsten georganiseerd. In een verklaring van 29 december 2018 luidt het als volgt: ‘We moeten nu overal samenkomen, burgerbijeenkomsten vormen, op een menselijke schaal, waar spreken en luisteren voorop staan. Vergaderingen waarin elke beslissing collectief wordt genomen, waarbij afgevaardigden worden aangesteld om beslissingen uit te voeren en “op muziek” te zetten. Niet andersom! Niet zoals in het huidige systeem. Deze bijeenkomsten zullen onze egalitaire, sociale en ecologische eisen van het volk in zich dragen.’

We hebben misschien niet een groot denker nodig met een briljant idee. Maar het kan soms helpen.