30 apr 2026

Middenveld als verdediger van de rechtsstaat: lessen uit Polen

© Alessio Mamo

Voor wie vandaag in België bezorgd kijkt naar de besparingen, de druk op het middenveld, de bedreigingen van het recht op protest en de verrechtsing van het politiek klimaat, kan het zinvol zijn om over de grenzen heen te kijken. Landen zoals Polen zijn inspirerende voorbeelden van hoe een samenleving erin kan slagen om een tegenmacht op te bouwen tegenover een uiterst rechtse regering, zoals Recht en Rechtvaardigheid (PiS), die acht jaar aan de macht was (2015-2023). De voorbije jaren is Polen voor veel Europeanen een waarschuwing geworden van hoe snel een democratische rechtsstaat onder druk kan komen te staan. Tegelijk is het ook een voorbeeld geworden van hoe burgers, activisten en middenveldorganisaties zichzelf organiseren om de democratie opnieuw te vitaliseren. Polen toont niet alleen hoe een regering stap voor stap de civiele ruimte kan inperken en de rechtsstaat kan uithollen. De bevolking heeft ook haar eigen civiel verzet tegen antidemocratische krachten ontwikkeld, wat uiteindelijk resulteerde in significante politieke veranderingen.

Leen Van Waes is directeur van Masereelfonds en bestuurslid van Socius. Ze studeerde Cultuurwetenschappen aan de Universiteit Gent en de University of KwaZulu-Natal, waar ze onderzoek deed in sociaal-artistieke centra in Durban en township KwaMashu (Zuid-Afrika). Sindsdien deed ze ruime ervaring op in het middenveld en was ze actief als organisator en (mede)oprichter van diverse nationale en internationale burgerinitiatieven.

Een rechtsstaat wordt zelden in één beweging afgebroken

Hoe bouw je tegenmacht op wanneer klassieke overlegkanalen minder toegankelijk worden? Hoe organiseer je solidariteit tussen sectoren die elk onder druk staan? Hoe verdedig je de rechtsstaat, wanneer die afbraak niet met één grote klap gebeurt, maar via een opeenvolging van kleinere ingrepen?

Samen met 13 andere mensen die werkzaam zijn in het middenveld, trokken we naar Warschau en Lublin om antwoorden te vinden op deze vragen. Vanuit mijn bestuursfunctie bij Socius en via contacten in Polen organiseerde ik mede deze leerreis. Centraal stond de vraag hoe het Poolse middenveld zich gedurende acht jaar rechts-nationalistisch bestuur heeft georganiseerd en vormen van tegenmacht wist op te bouwen.

Om de lessen uit Polen te begrijpen, moet eerst de politieke context geschetst worden. Polen is een parlementaire republiek, waarbij de uitvoerende macht in handen is van een premier en diens ministerraad. Er is ook een rechtstreeks verkozen president die over aanzienlijke bevoegdheden beschikt, waaronder het stellen van een vetorecht tegenover wetgeving. Die institutionele constellatie is cruciaal om de recente Poolse geschiedenis te begrijpen.

In mei 2015 won Andrzej Duda, lid van PiS, de presidentsverkiezingen. Enkele maanden later behaalde ook de partij een absolute meerderheid in het parlement. Daarmee lag de weg open voor een diepgaande hertekening van het politieke landschap. Internationale organisaties, zoals Civicus Monitor en Freedom House, registreerden tussen 2015 en 2023, de periode waarin de extreemrechtse partij PiS aan de macht was, een duidelijke achteruitgang van de werking van de democratische rechtsstaat. De uitvoerende macht zou via een reeks wetgevende initiatieven zichzelf de juridische prerogatieven geven om de onafhankelijke positie van de staatsinstituties af te schaffen. Deze instituties werden op autoritaire wijze ingeschakeld om het middenveld administratief en juridisch te vervolgen. Kortom, de afbraak van de rechtsstaat voltrok zich niet via een plotselinge afschaffing van de democratische instellingen, maar via een geleidelijk procedureel proces. Het was pas achteraf duidelijk welke gebeurtenissen hadden geleid tot echte kantelmomenten in de samenleving. Dat bleek ook uit analyses van Pawel Marczewski, verbonden aan de Batory Foundation, die in kaart heeft gebracht hoe de civiele samenleving zich tijdens acht jaar PiS-bestuur heeft heruitgevonden. Zijn centrale inzicht is dat zowel de afbraak van de rechtsstaat als het verzet daartegen het resultaat zijn van een reeks opeenvolgende momenten, die pas in samenhang hun volle impact van betekenis krijgen.

Kantelmomenten van verzet: hoe het Poolse middenveld zich heruitvond (2015–2023)

Vanaf het moment dat PiS op 19 november 2015 aan de macht kwam, begon de partij politieke benoemingen in het Grondwettelijk Hof door te voeren. PiS-gezinde rechters werden aangesteld, zodat de rechterlijke macht het beleid niet kon dwarsbomen. De uitvoerende macht koos ervoor om regeringsgezinde figuren op sleutelposities binnen het gerechtelijk apparaat te plaatsen in plaats van de grondwet te wijzigen.

Enkele maanden later was de publieke media aan de beurt. Nieuwe wetgeving plaatste de openbare omroep onder directe controle van de regering. De minister van Financiën kreeg de bevoegdheid om leden in de raden van toezicht en beheer aan te stellen en te ontslaan, waardoor de eerdere praktijk van een onafhankelijke beheerraad werd afgeschaft. Dat leidde tot verschillende ontslagen binnen de publieke omroep en tot een toenemende politieke inmenging in de programmering. De uitvoerende macht zou via de gecontroleerde raden van toezicht en beheer de redacties dwingen om steeds meer aan autoritair-populistische en nationalistische agendasetting te doen.

Eind 2016 richtte de regering zich ook op het onderwijsdomein. Dat eindigde met een hoorzitting over een geplande onderwijshervorming, georganiseerd door het Poolse middenveld. De minister, die de hervorming had voorgesteld, hield absoluut geen rekening met de argumenten vanuit het middenveld. Waar onder eerdere regeringen ruimte was voor dialoog tussen civiele sfeer en overheid, leek die nu te verdwijnen. Rond die onderwijshervorming kwam enorm veel verzet op gang: leerkrachten, onderwijsvakbonden en ouders protesteerden samen tegen de hervormingen.

Een belangrijk kantelmoment vond plaats op 3 oktober 2016. Die dag legden honderdduizend vrouwen in tientallen steden en gemeenten het werk neer en gingen ze massaal in staking. Deze actie staat bekend als de Black Protests: in 47 steden en gemeenten trokken vrouwen, gekleed in het zwart en vaak met zwarte paraplu’s, de straat op om te protesteren tegen de verdere verstrenging van de al zeer strikte abortuswetgeving. Dat protest was bijzonder te noemen, niet alleen door zijn schaal, maar ook omdat het liet zien dat een burgerbeweging het politieke debat nationaal kon domineren en de regering tijdelijk kon dwingen om een verdere aanscherping van die abortuswetgeving tegen te houden. 

In 2020 brak opnieuw een golf van protest uit tegen een nieuwe poging om die abortuswetgeving toch door te voeren. De aanleiding was toen een uitspraak van het Grondwettelijk Hof, dat oordeelde dat één van de weinige toegestane gronden voor abortus, namelijk wanneer de foetus een groot risico heeft op een ernstige handicap, in strijd zou zijn met de grondwet. In praktijk kwam deze beslissing neer op een bijna totaal verbod op abortus, want het is net die reden die in meer dan 90% van de legale abortussen wordt ingeroepen. Deze uitspraak leidde tot een ongeziene mobilisatie binnen de samenleving, waarbij opnieuw brede lagen van de bevolking, en in het bijzonder vrouwen, massaal protesteerden tegen wat zij zagen als een fundamentele inperking van hun rechten. Waar in 2016 nog zo’n 100.000 mensen de straat op gingen, trommelde Strajk Kobiet, onder leiding van Marta Lempart, dit keer meer dan een half miljoen mensen op, verspreid over ongeveer 400 steden en gemeenten in heel Polen.

Marta Lempart, oprichter Strajk Kobjet

Ook buiten het thema abortus zorgden bepaalde gebeurtenissen voor een verbreding van het verzet. Zo brachten de protesten tegen illegale houtkap in het Białowieża-woud de milieubeweging en de vrouwenbeweging dichter bij elkaar. Een opvallend voorbeeld daarvan is de actie van de zogeheten Polish Women on Treetrunks, geïnitieerd door de Poolse kunstenares Cecylia Malik. Deze grassrootsgroep van moeders demonstreerden tegen een wetswijziging voor grootschalige ontbossing door letterlijk plaats te nemen op boomstronken in recent gekapte gebieden terwijl ze hun kinderen de borst gaven. Met dit sterke, symbolische beeld wilden zij niet alleen de vernietiging van natuurgebieden aanklagen, maar ook een leefbare toekomst voor hun kinderen onder de aandacht brengen.

Vanuit die ideologische verruiming groeide het verzet verder uit tot een maatschappelijk collectief front. De anti-LGBTQI+-campagnes en de zogenaamde LGBTQ-vrije zones maakten duidelijk hoe politieke propaganda de publieke sfeer kon vergiftigen en hoe noodzakelijk een georganiseerde tegenreactie was. De klimaatmobilisaties van Fridays for Future – de wereldwijde beweging aangevoerd door onder andere Greta Thunberg – betrokken dan weer jongeren bij het bredere democratische verzet. Aan de grens met Wit-Rusland leidde een humanitaire crisis – waarbij vluchtelingen door Loekasjenko richting Polen werden geduwd en vervolgens vast kwamen te zitten in levensgevaarlijke omstandigheden – tot nieuwe vormen van burgerlijke solidariteit. De nieuwe coalitie Grupa Granica, mede opgericht door Anna Alboth, bracht middenveldorganisaties, burgers, artsen, hulpverleners en juristen samen om die vluchtelingen humanitaire noodhulp aan te bieden en juridische ondersteuning te geven. 

Al deze momenten en autoritaire ingrepen hebben samen geleid tot een hertekening van de Poolse civiele samenleving. De opeenvolging van protesten en de groeiende maatschappelijke verontwaardiging vormden de voedingsbodem voor de opbouw van een beter gecoördineerd en veerkrachtig middenveld. Een van de opvallendste ontwikkelingen in de periode 2015–2023 was het ontstaan van brede, sectoroverschrijdende samenwerkingen en het oprichten van nieuwe coalities. Organisaties die voorheen elk binnen hun eigen thematische domein werkten, en dus zelden contact met elkaar hadden, begonnen elkaar actief op te zoeken. Zo gingen juridische experten samenwerken met grassrootsbewegingen, zochten mensenrechtenorganisaties aansluiting bij lokale besturen en kregen vrouwenrechtenorganisaties steun en expertise vanuit de milieubeweging. De steeds repressievere politieke context dwong het middenveld om zichzelf grondig te herdenken. Terwijl de overheid de macht steeds meer centraliseerde, ontwikkelden maatschappelijke organisaties en burgers nieuwe vormen van samenwerking en strategieën om zich daartegen te wapenen.

Zoals een activist in een interview met de Batory Foundation het verwoordde: ​​In fact, all activism has changed. The activism we knew and were used to, ways of doing advocacy based on democratic mechanisms, on civic participation, monitoring, applying to relevant bodies, writing petitions or dialogue with the authorities, were completely ineffective. This was completely not the time for them. And a whole generation of grassroots activists came to the fore, who got involved in political, civic activities, engaged in street resistance actions, marches, protests.

De stembus als keerpunt, niet als eindpunt

Deze brede mobilisatie mondde uiteindelijk uit in de parlementsverkiezingen van 2023, die gekenmerkt werden door een ongezien hoge opkomst. Vooral vrouwen, jongeren en mensen die eerder het vertrouwen in de politiek hadden verloren, trokken dit keer massaal naar de stembus. Over het hele land werden grootschalige “get out the vote”-campagnes opgezet door tientallen middenveldorganisaties. In totaal ging het om minstens 27 campagnes, georganiseerd door verschillende NGO’s en burgerbewegingen, met een duidelijke focus op het bereiken van jongeren en vrouwen. Deze initiatieven bouwden voort op de netwerken die in de voorgaande jaren waren ontstaan rond thema’s zoals rechterlijke onafhankelijkheid, vrouwenrechten en mediavrijheid. Organisaties bundelden opnieuw hun krachten, ontwikkelden online toolkits, organiseerden lokale debatten en verspreidden praktische informatie over hoe en waar te stemmen. 

Digitale communicatie speelde daarbij een cruciale rol. Via TikTok en Instagram werden jongeren in hun eigen taal aangesproken. Video’s legden niet alleen uit hoe het stemproces werkte, maar ook waarom deelname belangrijk was. Humor en ironie verlaagden de drempel, terwijl influencers, die zich voordien vaak buiten de politiek hielden, dit keer expliciet ook opriepen tot participatie. De impact hiervan was duidelijk merkbaar: de opkomst bij 18- tot 19-jarigen steeg spectaculair tot 68,8%, tegenover 46,4% in 2019. Tegelijk groeide ook een grootschalige beweging rond verkiezingsmonitoring. Wat begon als een waakhondinitiatief, evolueerde tot een massale burgerinspanning, waarbij uiteindelijk zo’n 27.000 vrijwilligers zich aanmeldden om toezicht te houden in stemlokalen. Hun aanwezigheid versterkte het vertrouwen in het verkiezingsproces en nam twijfels over mogelijke manipulatie weg, een cruciale factor voor de hoge participatie.

Die efficiënte organisatie van mobilisatie zou uiteindelijk ook de machtsverhoudingen op het politieke speelveld wijzigen. Na acht jaar regeringsmacht verloor de extreemrechtse PiS haar parlementaire meerderheid en maakte ze de weg vrij voor een nieuwe, meer democratische coalitie onder leiding van Donald Tusk.

Die verkiezingsoverwinning betekende echter allerminst dat de strijd gestreden was. Polen blijft sterk gepolariseerd en institutionele obstakels maken het herstel van de rechtsstaat bijzonder moeilijk. Zo beschikt de president nog steeds over een vetorecht, wat in de praktijk een belangrijke rem vormt op progressieve hervormingen.

Dat is des te duidelijker sinds de rechtsconservatieve presidentskandidaat Nawrocki, gesteund door PiS, in oktober 2025 nipt de verkiezingen won. Tijdens de eerste maanden van zijn mandaat maakte hij al herhaaldelijk gebruik van zijn vetorecht, waardoor verschillende wetsvoorstellen om de rechtsstatelijke principes te garanderen, werden geblokkeerd. Dit maakt het des te moeilijker om een uitgeholde rechtsstaat opnieuw op te bouwen.

Dat is een belangrijke les. Verkiezingen zijn essentieel, maar ze vormen niet het einde van democratische waakzaamheid. Het herstel van de rechtsstaat is een langdurig proces. De afbraak gebeurt immers vaak sneller dan het herstel.

© Tomasz Wiech

Polen als spiegel voor België: lessen voor de democratische rechtsstaat

De relevantie van de Poolse ervaring voor de Belgische casus wordt niet gevonden in een eenvoudige vergelijking. De politieke context, institutionele structuren en de schaal van de druk op de rechtsstaat verschillen duidelijk tussen beide landen. Maar Polen toont wel hoe de democratische uitholling zich kan ontwikkelen, vaak stap voor stap, en hoe een samenleving daarop kan reageren.

Een eerste les is dat brede samenwerking binnen de civiele sfeer een voorwaarde is voor een duurzame impact. In Polen bleek telkens opnieuw dat organisaties sterker stonden wanneer ze over hun eigen thematische grenzen heen werkten. Vrouwenrechten, LGBTQI+-rechten, migratie, persvrijheid, klimaat en rechtsstaat waren plots thema’s die met elkaar verbonden waren. Middenveldorganisaties, activisten en lokale besturen beseften dat concurrentie om financiële middelen of zichtbaarheid hen, maar vooral de hele samenleving, volledig verzwakte. Door sectoroverschrijdende samenwerking konden ze niet alleen efficiënter reageren, maar uiteindelijk ook een breder democratisch front vormen.

Een tweede les is het belang van lokale verankering. Verschillende Poolse gesprekspartners benadrukten dat grote manifestaties in Warschau op zich niet voldoende waren. De echte kracht van de mobilisatie lag in het feit dat het protest ook leefde in kleinere steden en dorpen. Mensen kwamen in hun eigen omgeving in beweging, bouwden lokale netwerken uit en gaven de strijd een gezicht dat dichter bij het dagelijks leven stond. Dat lokale niveau fungeerde bovendien als democratisch anker in een context waar nationale instellingen onder druk stonden.

Een derde les betreft het strategisch gebruik van recht en rechtspraak. In Polen werd niet alleen op straat geprotesteerd; er werd ook geprocedeerd, gedocumenteerd en juridisch teruggevochten. Europese rechtbanken en internationale mensenrechtenmechanismen werden actief ingezet om rechten af te dwingen en machtsmisbruik aan te klagen. Dat wijst op het belang van een middenveld dat niet alleen moreel en politiek, maar ook juridisch sterk staat. Juridische dienstverlening, toegankelijke ondersteuning en kennis van procedures bleken cruciaal, zowel voor burgers als voor activisten en kwetsbare groepen.

Daarnaast is er bijzonder veel aandacht voor de zorg voor activisten en mensen werkzaam in het middenveld. In Polen werden activisten, hulpverleners en ook rechters soms hard aangepakt. Daaruit groeide het besef dat verzet alleen duurzaam kan zijn wanneer mensen worden beschermd en ondersteund. Er werden centrale contactpunten voor juridische bijstand uitgebouwd, zodat mensen die tijdens protest werden opgepakt snel hulp konden krijgen. Er werd ook ingezet op psychologische ondersteuning en op vormen van collectieve zorg. Dat lijkt misschien bijkomstig, maar in werkelijkheid is het essentieel. Een beweging of organisatie die haar mensen uitput, verliest op termijn al haar kracht.

Tegelijk leerden we in Polen ook het belang van cultuur, kunst, humor en narratief. Creatieve acties, publieke symboliek en een sterke beeldtaal hielpen om moeilijke thema’s zichtbaar te maken en een tegennarratief op te bouwen tegen de framing van de overheid. Ook daarin schuilt een les voor België. Wie de rechtsstaat wil verdedigen, moet niet alleen reageren op aanvallen, maar ook zelf verbeelding en een nieuwe taal ontwikkelen die de democratische waarden tastbaar maken.

Ten slotte is er de internationale dimensie. Poolse organisaties putten veel kracht uit Europese en internationale netwerken. Ze zochten aansluiting bij Europese instellingen, gebruikten Europese wetgeving en werkten samen met partners en activisten over de Poolse grens heen. Die internationale solidariteit bood niet alleen bescherming, maar ook legitimiteit en ademruimte. Zeker op momenten waarin de regering probeerde om kritische organisaties te isoleren of monddood te maken, was die internationale verankering van groot belang.

Maar misschien is de belangrijkste les uit Polen: de rechtsstaat wordt niet alleen verdedigd in parlementen, rechtbanken of regeringen. Ze wordt ook verdedigd in de civiele ruimte, in verenigingen, op straat, in lokale netwerken, in burgercoalities, in juridische steunpunten en in de bereidheid van mensen om samen te werken over grenzen heen. Polen toont dat die verdediging moeilijk en traag op gang komt. Niet elke mobilisatie wint. Niet elk protest keert het beleid om. Niet elke verkiezing herstelt meteen wat jarenlang werd afgebroken. Maar het Poolse voorbeeld toont wel aan dat georganiseerde burgers wel degelijk het verschil kunnen maken. Ze kunnen thema’s op de agenda zetten, bondgenootschappen smeden, instellingen onder druk zetten, mensen beschermen en uiteindelijk ook verkiezingen helpen kantelen.