21 okt 2026

Van millennial cringe tot de eerste Kirkification: reflecties over Gen Z-humor in een tijdperk van de morele ontregeling

Jeffrey Epstein laat tussen drie projecties van de Italian brain-rot-figuur Tung Tung Tung Sahur zijn beste danspasjes zien. In het jaar 2050 vinden meme-historici de eerste Kirkification terug. Benjamin “the big Yahu” Netanyahu maakt met zijn menstruatiebloed het zwembadwater rood, waarna iemand in datzelfde water een duik neemt. Het zijn slechts enkele voorbeelden van de scenario’s die in de vorm van reels en memes op mijn tijdlijn verschijnen. Hoewel ik me terdege bewust ben van de absurditeit van deze beelden, moet ik met enige gêne toegeven dat ik er heel hard om moet lachen. Extreme ironie en diepgaand nihilisme zijn kenmerkend voor de Gen Z-humor die de laatste jaren mijn algoritme heeft gespijsd. Toch zijn de spotprenten en filmpjes minder onschuldig dan ze lijken; ze vertellen ons meer over het politieke kompas van de zoomers dan we op het eerste gezicht zouden denken.

Nona De Dier is oud-voorzitter van de Gentse afdeling van de Jongsocialisten. Ze is jurist van opleiding en studeert momenteel taal- en letterkunde aan de UGent.

Om het fenomeen van de Gen Z-ironie werkelijk te kunnen analyseren, moeten we een stap terugzetten in de tijd – naar het tijdperk waarin we, om het in modern jargon uit te drukken, collectief het plot zijn verloren. Millennial optimism is een neologisme dat gaandeweg is ontstaan om de periode tussen grofweg het einde van de jaren 2000 en het midden van de jaren 2010 te omschrijven. Typerend voor dit tijdvak waren tv-series zoals Girls van Lena Dunham of New Girl met Zooey Deschanel, de hapklare “listicle”-journalistiek van Buzzfeed en de vrolijke indiefolkmuziek à la Mumford & Sons. De afgelopen maanden is op TikTok een hernieuwde interesse in dat specifieke tijdperk en de bijbehorende esthetiek merkbaar. Die trend wordt overigens niet gecultiveerd door millennials die nostalgisch terugblikken op hun eigen adolescentie. Het zijn voornamelijk zoomers die experimenteren met ouderwets ogende Snapchat– en Instagramfilters om het gevoel van 2016 te simuleren in 2026.

Het discours rond dit fenomeen is veelzeggend. Meer dan de zoveelste vluchtige microtrend blijkt het millennial optimism in veel opzichten symptomatisch te zijn voor een bredere, intergenerationele kloof. Zoomers mijmeren weemoedig over “de volwassenheid die hen werd beloofd” of blikken terug op een tijd waarin het huren van een stadsappartement voor een starter nog een realistisch scenario was. Gen Z lijkt wel jaloers op de “comfortabele” adolescentie die zij menen te kunnen associëren met de millennialcultuur.

De verklaring voor die perceptie ligt in de hoopvolle politieke context waarin millennials opgroeiden. Vooral de verkiezing van Barack Obama als eerste zwarte president van de Verenigde Staten fungeert daarbij als het ultieme symbool van de opvatting dat een betere toekomst binnen handbereik lag. “For a lot of young people, Obama’s election wasn’t just the first time we voted, it was the first time we saw proof that electoral politics could actually work”, schrijft journalist Liz Plank treffend in haar Substack-artikel. Persoonlijk herinner ik me nichten en neven die, een paar jaar ouder dan ik, stellig en gepassioneerd de discussie aangingen op familiefeesten. Ze daagden onze conservatieve ouders en grootouders uit over thema’s als het klimaat, gendergelijkheid en mentale gezondheid. “Deze generatie zal het anders doen” – dat was de onmiskenbare belofte die destijds in de lucht hing.

Een decennium later is die golf van optimisme grotendeels onterecht gebleken. Hoewel de millennialgeneratie erin slaagde om belangrijke thema’s op de maatschappelijke agenda te zetten – denk aan de MeToo-beweging en de Black Lives Matter-protesten als historische kantelpunten – bleef een fundamentele systeemverandering uit. De ooit zo subversieve neven en nichten uit mijn herinneringen bekleden inmiddels corporate banen, zijn verhuisd naar dure stadsappartementen of gerenoveerde fermettes, en kijken je misnoegd aan als je in de buurt van hun kind – genaamd Otis of Mila – per ongeluk het woord “fuck” laat vallen. “How did millennials go from this to beige moms?”, vraagt een commentator onder een millennial-optimism-video zich cynisch af.

Wat overblijft, is slechts het omhulsel van het subversieve potentieel dat de millennialwind ooit met zich meebracht. De beruchte millennial self-righteousness heeft zichzelf – met name in het sociaalculturele beleid of het “woke”-debat – overleefd; de intentie om op systemisch niveau een langdurige verandering teweeg te brengen daarentegen niet.

Soms voelt het alsof de millennialgeneratie ons, de Gen Z’ers, in de steek heeft gelaten en op het meest opportune moment is gaan collaboreren met het establishment. Het bijbehorende politieke systeem zagen wij tijdens onze puberteit immers als een kaartenhuis in elkaar storten. De verkiezing en herverkiezing van een figuur als Donald Trump is daar het meest onttoverende voorbeeld van. Wie in zijn formatieve jaren een mediapersoonlijkheid – die bovendien meerdere misdrijven, waaronder ettelijke aanrandingen op zijn kerfstok heeft – tot president van de Verenigde Staten gekroond ziet worden, kan bijna niet anders dan zijn toevlucht zoeken tot het nihilisme.

De politieke logica waarin millennials zijn opgegroeid – het idee dat een procedurele democratie leidt tot inspraak en welvaart – komt voor de adolescent van vandaag naïef, bijna lachwekkend over. Voor de plaatsvervangende gêne die Gen Z’ers voelen bij het aanschouwen van achterhaalde gedragspatronen die millennials erop nahouden, bestaat tegenwoordig zelfs een geijkte term: “millennial cringe”. In mijn eigen gedachtewereld passeert de term op dagelijkse basis meerdere keren de revue: wanneer ik op straat een dertiger zie lopen met een schapenwollen bodywarmer (it’s not the slay that you think it is) of wanneer ik getuige ben van een Instagrampost met veel te veel persoonlijke details (oversharing als typische millennial-activiteit). Ook binnen traditionele politieke kringen duikt het fenomeen op, waarbij politici van Groen en Vooruit de kroon spannen. Gen Z beschouwt Conner Rousseau in dat opzicht als de onbetwiste koning van de millennial cringe. Het is een feit dat hij erin slaagde zijn jeugdige uitstraling als voordeel uit te spelen op een moment dat het verouderde partij-establishment in complete paniek was over de rampzalige peilingen. Rousseau moest zorgen voor flitsende digitale communicatie, maar Gen Z’ers prikken moeiteloos door de posts, stories en reels heen die zijn millennial-marketingteam de wereld in slingert.

De lachende-ween-emoji’s die hij zonder enige ironie gebruikt, maar ook de captions onder zijn posts, getuigen van een cringe-gehalte om u tegen te zeggen. “Het mag regenen, het mag waaien, het mag stormen. Op ons kan je rekenen. Stay safe x”, is onder een van Rousseau’s Facebook-posts te lezen. De “stay safe”, met het x-je, voelt zeer kunstmatig aan. Het wil digitale nabijheid veinzen (“Kijk, ik ben ook online!”), maar vooral “op ons kan je rekenen” is de grootste verklikker van onechte communicatie. Dat is namelijk het bekende riedeltje van een traditionele politicus, niet van een frisse systeemvernieuwer. In 2019 was de Gen Z’er daar misschien wel voor gevallen, vandaag verzekert dat Rousseau een welverdiende plaats in de cringe-canon van Vlaanderen.

Het is een beetje delusional om met het politieke kompas van de oude wereld naar de nieuwe te kijken. Reeds het idee van een gedeeld algemeen waardenkader klinkt vandaag goedgelovig. Mijn vrienden en ik spendeerden de eerste jaren van onze meerderjarigheid opgesloten in huis. We werden gebombardeerd met memes over een mogelijke Derde Wereldoorlog – een trend die vandaag een tweede golf beleeft. Ik zou kunnen schrijven dat we de onbetwistbare paradigma’s van vroeger – denk bijvoorbeeld aan het internationaal recht – tijdens onze jongvolwassenheid hebben zien afbrokkelen. Maar in alle eerlijkheid: dat recht werd ook vroeger nooit consequent toegepast. Dat bleek al ten tijde van de NAVO-bombardementen op Servië en Libië en tijdens de invasies in Irak en Afghanistan. Het is deze ontspoorde morele ontregeling die zich in de cynische internetcultuur van mijn leeftijdsgenoten weerspiegelt. Wanneer ik een reel bekijk waarin een AI-versie van een bewezen pedofiel met replica’s van een Italian brain-rot-figuur een dansje doet, dan kan dat beeld zowel een maatschappijkritische, satirische als extreemrechtse boodschap in zich meedragen – het ironisch tijdperk van Gen-Z wordt getekend door de afwezigheid van coherente en gearticuleerde ideologische en politieke ankerpunten. 

Dit alles is niet alleen illustratief voor hoe beelden en woorden geen samenhang meer lijken te hebben – writing on water – in een maatschappij waar een overdaad aan informatie en content de norm is. Het is tevens een reflectie van een absurd tijdperk dat elke morele leidraad ontbeert. Laat ons hopen dat de meme-historici in 2050 de eerste Kirkification in een minder ontregelde wereld terugvinden, en dat zij terugblikken op deze periode met de gedachte dat de jaren ’20 toch maar een vreemde koortsdroom waren.

Citaten onder TikTok-video’s

Joanna Sommer, “Younger Generations Are Romanticizing the ‘Millennial Optimism Era’ on TikTok”, Inside Hook, 9 december 2025, https://www.insidehook.com/internet/gen-zmillennial-optimism-era-tiktok

Liz Plank, “Millennials Were The Last Generation to Have it All”, 25 februari 2025, https://lizplank.substack.com/p/millennial-hate-is-just-internalized