8 sep 2026

Meer empatie in deze wereld

Jelle Versieren is historicus verbonden aan de Universiteit Antwerpen, Centrum voor Stadsgeschiedenis, en is gastdocent aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar de transities naar het kapitalisme in Europa, en schrijft ook over de geschiedenis van het economisch denken en kritische filosofie. Hij is adviserend redacteur voor History of Intellectual Culture. Hij schrijft geregeld bijdragen voor tijdschriften zoals Review of Radical Political Economics, Journal of Historical Sociology, Capital & Class, Critical Horizons, Social Theory & Practice en Journal of Contemporary Asia.

De economische ongelijkheid tussen passieve rijkdom in handen van de 1% en het arbeidsinkomen van de overige 99% van de werkende bevolking groeit in grote delen van de wereld. Dit valt te lezen in de werken van de econoom Branko Milanović, die jarenlang het onderzoekshoofd van de Wereldbank was. In de westerse wereld zorgt dit voor tal van sociale spanningen, waarbij we dreigen ons op onszelf terug te plooien. Niet uit een gevoel van noodzakelijkheid om te reflecteren over de wereld, maar eerder dat we de ander niet meer vertrouwen. Iedereen zijn eigen eiland, wat net die sociale spanningen verder onder druk zet. 

Briljante geesten buiten de Vlaamse verkaveling analyseren deze situatie op een zeer hoogstaand niveau. Ik zou zelfs durven te stellen dat de gespecialiseerde literatuur in de Engelse, Franse, Duitse of Italiaanse taal hogere toppen scheert in vergelijking met twintig jaar geleden. Maar helaas worden zij weinig opgepikt buiten de academische muren. Deze auteurs, waaronder bijvoorbeeld Jason Read, signaleren dat we niet beland zijn in een soort van eindpunt van de geschiedenis. Denkers zoals hem verwijzen naar de klassenverschillen die meer dan ooit een drijvende motor zijn van een wereld die, weldra, ten goede of ten kwade, er radicaal anders zal uitzien. Het is dus een irrationele waangedachte om verder de sociale welvaartstaat te ontmantelen en te denken dat dit geen repercussies zal hebben op politiek en ideologisch vlak.

De politieke wereld denkt dat ze deze situatie nog tot in het eeuwige kan verlengen onder de mom van crisisbeheer. Ze hopen garen te spinnen door gefossiliseerde vertogen een nieuw leven in te blazen. De kapitalistische klasse wordt net zoals tijdens de negentiende eeuw als enige bron van welvaart afgeschilderd, terwijl de werkende klasse terug moet worden gedwongen om de productie aan te zwengelen door het leveren van goedkope en sociaal onbeschermde arbeid. De kapitalistische klasse is terug het toonbeeld van vlijt en creativiteit, terwijl de werkende klasse zich moet schikken naar het beeld van onbaatzuchtige bescheidenheid en spaarzaamheid. Want er bestaat geen alternatief, opnieuw een fossiel die onlangs werd opgedolven. Indien dit vertoog weinig animo kan opwekken onder het publiek, dan politici nog altijd wijzen naar degenen die zich ogenschijnlijk niet willen schikken. De ambtenaren, leerkrachten of spoorwegmedewerkers lopen er nog steeds de kantjes van af met hun sociale bescherming, het is door god beschikt dat zij even hard moeten bloeden als een ander. De migrant, die is ofwel een onmiddellijke bedreiging voor de job van de “echte Vlaming”, ofwel is hij alleen uit op die restanten van de sociale welvaartstaat. In laatste instantie kunnen politici pogen om een militaire vijand te creëren om de collectieve welvaart onder druk te zetten. Opoffering voor het vaderland, wie had gedacht dat dit vertoog zo snel opnieuw opgang zou maken? 

En toch, de oude ideologische recepten hebben ruimschoots hun vervaldatum bereikt, want we leven reeds een kleine twintig jaar in een context van economische stagnatie. Partijen kunnen geen massa meer mobiliseren, behalve wanneer de linkerzijde een alternatief programma kan presenteren. Dit wil niet zeggen dat ze daarom altijd onmiddellijk hoge toppen scheren. De centrumpartijen moeten daarentegen hopen op passieve instemming om een minimum aantal zetels te kunnen vrijwaren. Hierbij hopen ze dat een populair figuur met voldoende mediaondersteuning hun eigen segment kan vrijwaren, zonder dat er op beleidsvlak wordt ingespeeld op de ongelijke verhoudingen tussen sociale klassen.

Verandering is dus mogelijk, maar momenteel is het parcours van emancipatorische politiek grillig en vaak ook ontgoochelend. Een grote reden, naar mijn bescheiden mening, is dat er iets schort aan onze emotionele infrastructuur. Zoals gezegd, we geloven momenteel te weinig in de kracht van het mobiliserende getal, waardoor we geneigd zijn om het ideologische en het politieke uitsluitend te denken in termen van het individuele, het instrumentele en het persoonlijke. Emotionele maturiteit is net gestoeld op een uitwaartse blik. Een emotioneel matuur persoon handelt altijd in relatie tot de ander, poogt altijd tot een resultaat te komen waar iedereen zich beter bij voelt. Dat vergt een flinke dosis affectieve empathie, een reflexmatige houding die de ander kan aanvoelen en doorvoelen. 

We spreken hier niet over cognitieve empathie, die zich beperkt tot een hypothetische intellectuele oefening. Dit kan eigenlijk, relatief gezien, nog vrij snel worden aangeleerd. Maar emotionele empathie, die bestendigt zichzelf alleen in de onbaatzuchtige handeling. In het handelend besef dat de ander waardevol genoeg is om de eigen ongemakken tussen haakjes te zetten. Indien dit niet gebeurt, dan komen we altijd terecht in verschillende scenario’s. Er kan cognitieve empathie bestaan, waarbij de deprivatie van de ander wel wordt erkend, maar waar men toch, via tal van infantiele rationalisaties, besluit om passief af te glijden naar verwaarlozing van die ander. Of men ziet de ander louter als een mogelijke vijand waar men zich moet tegen wapenen. Dit leidt automatisch tot de huidige situatie, waar iedereen op zijn eiland leeft. Of men ziet de ander als een mogelijkheid tot exploitatie voor het eigen gewin, wat leidt tot verontmenselijking.

Ik heb het persoonlijke geluk dat ik gedurende mijn gehele leven kan terugvallen op twee rolmodellen, mijn grootvader en vader, die via hun emotionele rijkdom mij ertoe hebben gebracht niet anders te kunnen kiezen dan emotionele empathie aan de dag te leggen. Dit soort rolmodellen ontbreekt ons momenteel om die emotionele infrastructuur snel te herstellen. Ik wens eenieder een context toe waar een grootvader of vader alle positieve emotionele eigenschappen meegeeft aan de volgende generatie. Indien dit niet het geval is, dan moeten we eisen dat die emotionele maturiteit ten minste aanwezig is bij politieke rolmodellen.