Neen, ruim een maand na de opgestarte vredesonderhandelingen begin oktober in Egypte is er nog steeds geen vrede in Gaza. Zelfs de recente harde confrontatie met uitgewisselde dode, verminkte lichamen van Israëlische gijzelaars én van de in de Israëlische gevangenissen dood gefolterde Palestijnen kunnen het tij niet keren. Evenmin het groots opgezette “spektakel” in Egypte waar een hele batterij van politieke vedetten hun opwachting maakten. Een spektakel dat achteraf beschouwd, eerder een spel van optische illusie bleek te zijn. De bombardementen bleven immers “gewoon” doorgaan. Zo onmenselijk en uitermate schrijnend is de situatie in Gaza geworden.
Een hernieuwde mobilisatie voor Gaza
En dat vonden ook talrijke studenten, lesgevers, onderzoekers en andere medewerkers van de UAntwerpen. Op donderdag 23 oktober ll. hebben ze dan ook samen met heel wat andere universiteiten hun eerdere eis voor vrede en een vrij Palestina hernieuwd.
Net zoals vorig academiejaar is deze oproep expliciet gericht naar de Vlaamse universiteiten waaronder ook de UAntwerpen. Hoog tijd om de strategische missie van deze laatste te implementeren vinden ze. Geen woorden maar daden: “…positieve verandering teweeg te brengen en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken… Op die wijze wil UAntwerpen haar engagement blijvend versterken voor de verdere ontwikkeling van een duurzame wereld en een democratische en inclusieve samenleving gefundeerd op de mensenrechten”(dixit).
De vraag stelt zich dan ook: wat doen de Vlaamse universiteiten ondertussen én in het bijzonder de UAntwerpen? Waar staan ze en wat mogen de manifestanten nog verwachten?
Afgelopen zomer heb ik hierover een gesprek gehad met de huidige UAntwerpen beleidsploeg, in de hoop een gezamenlijk gedragen actie door de integrale academische gemeenschap te kunnen faciliteren. Aan een verlammende pad stelling hebben de Palestijnen in Gaza immers niets. Aan een constructieve actie waar de krachten (eindelijk) worden gebundeld wél.
Ik vroeg daarom aan Nathalie Dens, de vice-rector Maatschappelijke Engagement en Internationaal Beleid, naar hun standpunt, hun acties én waarom bijvoorbeeld een academische boycot – een terugkerende eis van de manifestanten – uitblijft?
Morele argumenten: de kwetsbare academische vrijheid
Voor wat het uitblijven van een boycot betreft, daar wegen voor de UAntwerpen blijkbaar voornamelijk de morele bezwaren door. Concreet gaat het om het onvoorwaardelijk garanderen én waarborgen van de academische vrijheid van onderzoekers en lesgevers. Iedere academische medewerker is als individu immers vrij om persoonlijk samenwerkingsverbanden over zelf gewenste thema’s met zelf gewenste partners af te sluiten. Samenwerkingsverbanden worden dus in se op het niveau van personen afgesloten.
De universiteit kan centraal ingrijpen, klopt. Maar, volgens de huidige beleidsploeg is dit een gevaarlijk pad omdat hierdoor de academische vrijheid in het gedrang kan komen. Daarnaast moeten veel verschillende meningen en handelingswijzen steeds mogelijk blijven binnen universiteiten. Kortom, het is voor de UAntwerpen geen evidentie om de academische vrijheid en verscheidenheid via een eenvormige centrale maatregel sterk aan banden te leggen.
Dat dit trouwens fout kan lopen bewijst de situatie in Israël zelf. Verschillende Israëlische universiteiten hebben onder dwang van de huidige extreemrechtse regering van Netanyahu, de academische vrijheid van hun medewerkers sterk aan banden gelegd. Kritische Israëlische medewerkers kunnen met hun persoonlijk engagement in internationale samenwerkingsverbanden over bijvoorbeeld mensenrechten, onderwijs en gezondheidszorg ernstige problemen krijgen. In de officiële berichten uit Israël vernemen we helaas zeer weinig over de onderdrukking van dit soort van intern academisch verzet. Via overwegend persoonlijke, informele contacten vernemen verschillende collega’s binnen de UAntwerpen echter dat dit zeer ernstige vormen kan aannemen.
Juridische argumenten: vertrouwensbreuken en imagoschade
De huidige beleidsploeg UAntwerpen heeft na haar aantreden vorig academiejaar 2024-2025 ook een grondig onderzoek ingesteld naar te ondernemen acties die juridisch geen of slechts een beperkte negatieve impact zouden hebben op het legitiem en betrouwbare imago van de UAntwerpen als partner in internationale academische samenwerkingsverbanden. Concreet heeft dit zowel te maken met het centraal afgedwongen verbreken van contracten inzake individuele samenwerkingsverbanden (zie hiervoor) als met het opzeggen van academische samenwerkingsconventies die vaak vanuit politieke middens worden geïnitieerd.
In het kader van dit laatste heeft de UAntwerpen op 14 mei 2025 samen met 9 andere Belgische universiteiten, via onze federale vice-eerste minister aan de EU gevraagd om het zogenaamde associatieverdrag (2000) tussen de EU en Israël inzake handelsrelaties, culturele en academische samenwerking op te schorten. De reden? Het naleven en respecteren van mensenrechten is in dit verdrag een expliciet opgenomen voorwaarde om te kunnen blijven bestaan. Pas in juli 2025, ruim 2 maanden later, bleek de EU zich hierover te willen buigen. Daarna was het plots windstil tot ongeveer 2 weken geleden. Maar dat was slechts een zeer korte heropflakkering. Nu horen we niets meer.
Financiële argumenten: no pay, no play
Volgens de UAntwerpen spelen financiële gevolgen van een boycot mee, maar niet in eerste orde.
De directe financiële gevolgen gaan over het verlies van onderzoeksgelden voor de betrokken UAntwerpen onderzoekers en medewerkers. Enerzijds gaat dit over hun loon en anderzijds over infrastructuurkosten, materiaalkosten en onkostenvergoedingen. Bijkomend gaat het over kosten op de lange termijn ingevolge imagoschade als “onbetrouwbare academische partner” en/of financiële tegenmaatregelen getroffen door de huidige Israëlische regering van Netanyahu en zijn academische – politieke? – bondgenoten.
Op basis van mijn eigen publieke management expertise is het duidelijk dat deze financiële gevolgen ernstige existentiële implicaties kunnen hebben voor de Vlaamse universiteiten en zo ook de UAntwerpen. We weten bijvoorbeeld dat universiteiten onder een neoliberale wervelstorm van saneringen en rationaliseringen het geweer strategisch van schouder hebben moeten veranderen (Vallet, Apache, 9 mei 2025). Voortaan staat een zakelijk performance management centraal. Universiteiten moeten presteren, opbrengen en steeds meer hun eigen inkomsten verdienen (Bleikli, Enders, Lepori & Musselin, 2011; Christopher, & Leung, 2015). Gevolg? Hierdoor slinkt hun toegekende financiering door de Vlaams overheid zienderogen en moeten ze via een toenemende onderlinge concurrentiestrijd op zoek gaan naar meer (private) financieringen. Adieu onafhankelijkheid en academische vrijheid.
De UAntwerpen bevestigt in het gesprek dat de financiële ademruimte inderdaad zodanig verkleind is dat ze de verloren onderzoekfinanciering na een boycot helaas niet zelf en zeker niet snel kan compenseren. Er dienen zich bovendien ook nog heel wat andere te financieren maatschappelijke prioriteiten aan zoals bijvoorbeeld de klimaatuitdagingen en de mondiale armoede. Tegemoet komen aan al die wensen en noden met een zeer sterk verkleind budget is dan ook ontzettend moeilijk.
Ja, toch wél (andere) acties
De huidige beleidsploeg van de UAntwerpen heeft echter wél (andere) acties ondernomen. Een overzicht staat op een nieuw aangemaakte webpagina “Palestina en Israël: op zoek naar een dialoog” (Palestina en Israël: op zoek naar een dialoog | Palestina en Israël: op zoek naar een dialoog | Universiteit Antwerpen). Een kleine greep uit gelanceerde acties.
Zo is er bijvoorbeeld de financiering van het fonds Daughters for life van de Palestijnse voormalige ere-doctor Izzeldin Abuelaish. Naast een eigen jaarlijkse donatie zoekt de UAntwerpen ook actief mee naar sponsors voor dit fonds dat gericht is op het aanbieden van driejaarlijkse beurzen aan Palestijnse bachelor- en masterstudenten uit Gaza. Tot in juli 2025 werden er 4 à 5 beurzen toegekend.
Daarnaast zijn er de beurzen die de UAntwerpen toekent binnen het Vlaamse initiatief Scholars at Risk. In juli 2025 gaat het om 1 Palestijnse post-doc onderzoeker gefinancierd aan de faculteit geneeskunde.
Verder is er de deelname van de UAntwerpen aan het VLIR UOS initiatief Global Minds, waarbij er 2 beurzen voor studies in Mensenrechten werden gegeven aan de universiteit van Birzeit, een Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever. Dit gebeurde in navolging van de opgestarte UAntwerpen samenwerkingsovereenkomst door wijlen prof.dr. Koen De Feyter van de faculteit Rechten.
De UAntwerpen ondersteunt ook beurzen voor vluchtelingen die een taalbad Nederlands aanvatten met het oog op het volgen van een Nederlandstalige opleiding. En studenten met een erkend vluchtelingenstatuut betalen sowieso een aanzienlijk verlaagd inschrijvingsgeld voor een masteropleiding. Recent kunnen studenten die een aanvraag hebben ingediend tot “internationale bescherming” trouwens in afwachting van hun erkenning (wat soms tot 2 jaar kan duren) ook aan dit verlaagd tarief inschrijven, aldus Nathalie Dens.
Ten slotte voorziet de UAntwerpen eveneens beperkte financiële tegemoetkomingen voor acties van geïnteresseerde en geëngageerde initiatiefnemers binnen de Antwerpse academische gemeenschap (zie website).
Een druppel op een hete plaat?
Een eerste vraag die zich stelt luidt: wie kent deze UAntwerpen acties en website én kan ze zo mee ondersteunen? Op basis van mijn eerste informele rondvraag binnen de UAntwerpen – inclusief de manifestanten – blijkt dit helaas niet echt het geval te zijn.
Verder stelt zich evenzeer de vraag of deze acties, hoe ontzettend waardevol ook, geen (te) kleine druppels op een hete plaat zijn? Per slot van rekening gaat het in juli 2025 over (slechts) een tiental beurzen in totaal. Het aantal Palestijnse jongeren die nood hebben aan een hogere opleiding is echter vele keren hoger.
Geconfronteerd met deze bedenking benadrukt de UAntwerpen dat ze zelf zeker meer en sneller wil handelen, maar dat ze als instelling “…hier niet op georganiseerd is”. De ontbrekende financiële ademruimte inclusief de hiermee gepaard gaande efficiëntiedruk op de centrale staf, blijkt het grootste struikelblok te zijn, aldus Nathalie Dens. Dat leidt volgens de UAntwerpen tot de bijkomende vraag: wie moet en kan dat eigenlijk wél doen? Het (centrale) academische bestuur… of de (decentrale) faculteiten, onderzoeksgroepen of instituten? Of grotere academische consortia over universiteiten heen?
En zo blijft de hete aardappel helaas intern circuleren. Maar hij rolt alvast, misschien is dat toch enigszins hoopgevend… of toch niet voldoende?