8 sep 2026

De kleine lettertjes lezen is een klassenkwestie

George John Pinwell, Lanlord and tenant (1871)

De vrouw van de huurdersbond kijkt gelaten op van haar beeldscherm. “Indien uw ex-huisbaas lastig wil doen, kan hij nog veel meer geld van u vragen.” Ik kijk vluchtig naar mijn vriendin, die woedend zit te knarsetanden. Strijdlustig zijn we hierheen getrokken. We dachten reeds om de zaak voor een vrederechter te brengen. Nu beseffen we plotsklaps dat we niet kunnen winnen. De huisbaas heeft het recht aan zijn kant. Ook al voelt dat zeer onrechtvaardig aan.

Frank D’hanis is schrijver, copywriter en online polemist. Hij studeerde filosofie en japanologie aan de Universiteit van Gent en Japans aan de Ritsumeikan
Universiteit in Kyoto. TT en IG: sorry_voor_de_overlast, meer teksten op zijn website: www.frankdhanis.com

De gedachte overvalt mij dat mijn ex-huisbaas dit wel vaker doet; hoe hij zijn afhakende huurders, steeds volgens hetzelfde stramien, nog eens duizend euro aftroggelt. In het huurcontract staat dat je vijftig euro voorschot betaalt voor de algemene delen, en dat er elk jaareinde een finale afrekening wordt gemaakt. Alleen kwam die afrekening er nooit in december. Een huurder denkt reeds snel “oh, dan zal het voorschot wel volstaan.” Maar we leven allen in drukke tijden, dus merken we die dingen zelfs niet op. Dit is alvast wat mij overkwam. Maar bij het verlaten van het pand moet de huurder plots een gigantische som geld ophoesten. Op dat moment kwam ik te weten dat mijn huisbaas al die tijd een opvallend dure reinigingsfirma had ingehuurd. Hij verhaalt zonder wettelijke basis de exorbitante onderhoudskosten van de lift op zijn huurders. Hij weet dat de huurder niet echt kan protesteren, want hij bezit wel degelijk het wettelijke recht om de huurder een rekening te presenteren. Een rekening die zelfs tot vijf jaar terug in de tijd mag gaan.

“En dan vrees ik dat u niet de helft, maar uw hele waarborg ziet verdwijnen”, zegt de vrouw van de huurdersbond medelevend maar droog. Ik vraag of een vrederechter dan niet zou ingrijpen om deze financiële gortigheid een halt toe te roepen. Ik was immers niet op de hoogte van deze dubieuze uitbesteding, waardoor ik nooit de opportuniteit had gekregen om te protesteren tegen de buitenissige facturen. De vrouw laat op droge wijze geen twijfel bestaan: “Indien er facturen bestaan, zal de rechter eisen dat u ze betaalt.” Einde verhaal. 

Het laat mij koud dat mijn huisbaas vele malen rijker is dan ik. Als lokale Shylock wist hij doorheen de jaren tal van appartementen op te kopen – waaronder een luxueus tweede verblijf in een van de aan ontwikkelaarsmegalomanie ontsproten torengedrochten in Oostende. Het cliché wil dat hij rondkart in een Porsche. Hij overwintert, opnieuw geen verrassing, met zijn vrouw in de zuidelijke regionen van Europa, terwijl ik in koud Vlaanderen haaruitval krijg door het lesgeven aan pubers. Het geld van de waarborg is dus voor hem een peulschil, terwijl het voor mij een heftige som is. Recht is niet synoniem aan moraliteit, dat is duidelijk. Indien iemand per abuis beweert dat we niet meer leven in een klassensamenleving, een huisbaas kan hem of haar snel van die illusie verlossen.

“Je bent slim, maar niet handig”, aldus mijn moeder, een kleine zelfstandige. Ze heeft gelijk. Ik heb een flink deel van het werk van de tiende-eeuwse Japanse hofdame Sei Shonagon in het originele Japans gelezen. Ik verteerde zowat alle filosofische klassieken, en ook een pak meer recente werken. Essay na paper na column schrijf ik, over van alles en nog wat. Ik heb een neus voor onrecht en stinkende zaakjes. Maar mijn eigen belastingen invullen vind ik enorm intimiderend, dat besteed ik uit aan een boekhouder die opnieuw zijn prijzen weet. Ik onderteken frivool contracten. Loononderhandelingen sla ik meestal over. Aan de duizenden euro’s die ik in mijn leven al verloor aan roofcontracten met nutsbedrijven, internetproviders en huisjesmelkers, daar wil ik niet eens aan denken.

Econome Annemaria Lusardi, verbonden aan Stanford, doet al meer dan 20 jaar onderzoek naar hoe Amerikanen de economie begrijpen. “Niet”, zo blijkt. Eén op vier mensen snapt nauwelijks iets van financiële concepten. We hebben geen reden om aan te nemen dat het bij ons beter is. Cambridge University bracht recentelijk een wereldwijd onderzoek uit, waarin blijkt dat financiële ongeletterdheid een wereldwijd probleem is. Niets van de economie snappen maakt dat je minder gewapend bent om politieke discussies aan te gaan in een steeds complexere wereld. Het zorgt ervoor dat je je gemakkelijker laat manipuleren door politici die niet in je klassenbelang handelen – veelal bezitten deze politici hun persoonlijk vastgoedvennootschapje. Maar er bestaat ook een duidelijk verband tussen het begrijpen van macro-economische concepten en het managen van je eigen geld. Kort gezegd, hoe meer inzicht je krijgt in economische issues, hoe beter je wordt met geld in je eigen leven en hoe accurater je zal stemmen voor degenen die een rechtvaardig beleid willen voeren. Een revolutie begint met het lezen van The General Theory of Employment, Interest and Money.

“Financiële vaardigheden ontwikkelen is zo belangrijk als leren lezen en schrijven”, zo stelt Lusardi. Daar heeft ze natuurlijk gelijk in. Onze overheid heeft dat ook ingezien, na een lange discussie werd financiële geletterdheid toegevoegd aan de onderwijsdoelen. Prima. Alles opgelost dan zeker? 

Natuurlijk niet. Het neoliberale antwoord op alle maatschappelijke problemen rond ongelijkheid bestaat erin om mensen beter onderwijs te geven. In principe. In de praktijk mag dat onderwijs de staat dan wel niet te veel kosten. Maar goed, het idee is, we maken de burger meer vaardig, en dan lost die het zelf op. Persoonlijke verantwoordelijkheid, weet u wel. Maar dat dogma doet de klassentegenstellingen en haar talrijke vormen van uitbuiting niet verdwijnen. Integendeel, het rechtvaardigt net de handelingen van de rijke burger. Voortaan geldt het caveat emptor – koper opgelet – overal. Bedrogen door een wurgcontract van een steenrijke verhuurder? Je eigen schuld. Je kon immers beter weten. Welke idioot leest nu de kleine lettertjes niet?

Beter economisch onderwijs kan geen oplossing zijn wanneer scholen leerlingen ook niet een eerlijke analyse van de klassenverhoudingen meegeven. Groeiende ongelijkheid is vooreerst een structureel verhaal wanneer het kapitaal institutioneel vrij spel krijgt (dank u Piketty). Het huidige beleid doet er werkelijk alles aan om het Mattheus-effect in stand te houden. En alles, maar dan ook alles wordt duurder wanneer je geen liquide reserves of assets bezit: duurdere leningen, hogere energietarieven, etc. Mensen in armoede komen ook in een tunnelvisie terecht: wie op overlevingsstand staat, denkt niet aan de toekomst. Kortom, de homo economicus van de neoliberale mythe, die op elk moment alwetend rationele besluiten neemt, bestaat in realiteit niet. Veel mensen zijn vatbaar voor manipulatie. Ze overschatten zichzelf voortdurend en begrijpen minder dan ze zelf beseffen. Er bestaat ongelijke toegang tot informatie die essentieel is voor doordachte financiële beslissingen.

Ik vergat het belangrijkste punt uit Lusardi’s onderzoek mee te geven. Jongeren, korter opgeleiden, vrouwen, Afro-Amerikanen, Spaanstaligen en werklozen scoorden het laagst op haar tests rond financiële geletterdheid. Ook hier merken we dat ongelijkheid structureel ingebakken is in het systeem. Het sociale milieu waarin deze achtergestelde groepen opgroeien geeft veel minder een kader mee om te kunnen navigeren in de complexiteit van onze gefinancialiseerde wereldeconomie. Nu maak ik als witte, hoogopgeleide man geen deel uit van de groepen die heel slecht scoorden. Eigenlijk snap ik theoretisch ook redelijk goed hoe economie en geld werken.

“Het klopt niet wat je moeder zei, je bent eigenlijk best handig, als je wil, ook financieel”, zegt mijn lief op de fiets naar huis. Het klopt dat ik geen totale ramp ben. Toen ik nog getrouwd was, vroeg mijn schoonmoeder – een kortgeschoolde, Franstalige vrouw met Arabische roots – me dan ook vaak om haar financiële zaken te regelen. Ze liet me zelfs één keer een juridische brief schrijven om af te komen van een wurgcontract van een sjoemelende sofahandelaar. “Waarom heb ik dan toch zo’n nederlaag geleden tegen mijn roofkapitalistische huisbaas?”, werp ik tegen. “Misschien was je in de ellende net na je scheiding, toen je het huurcontract tekende, een aantal IQ-punten dommer?”, oppert mijn lief. Ook dat klopt. In mijn diepste existentiële, meest dringende nood verpatste de huisbaas me de belofte van een beter leven. Eén waarin ik weer vrij zou kunnen zijn, misschien weer liefde zou vinden, samen met mijn deeltijds bij me wonende jonge kind. Ik wilde weg en ik dacht niet goed na. Kortom, ik verkeerde in een tunnelvisie omwille van prangende omstandigheden. Ik tekende daarom iets waarmee ik nooit akkoord had moeten gaan. 

Terwijl de koffie staat te pruttelen in ons huis, besef ik dat het een goede les voor me was. Hoe financieel handig je ook bent, een zwak moment is genoeg om een fout te maken die een enorme impact heeft. Voor je het weet, tuimel je de armoede in. Het kan iedereen overkomen. Edouard Louis schreef in een recente roman dat rijkdom misschien vooral de vrijheid is om fouten te maken. Het is de taak van de overheid om al haar burgers te beschermen tegen deze catastrofes en financieel onderwijs aan te bieden. Tot het zo ver is, ga ik jaarlijks tegen een megalomaan torengedrocht zeiken. Een weldoordachte rationele beslissing.