
Tijdens de jaren 1840 staat de jonge Marx bekend als rechtsgeleerde, historicus en filosoof. Initieel heroverdenkt hij fundamenteel de systematische methode van Hegel. Deze filosoof wordt terecht beschouwd als het conceptueel hoogtepunt van het Duitse idealisme. De kritiek mondt uit in een totaal nieuwe analysewijze om de veranderingen in samenlevingen te kunnen verklaren, wat men nadien als het “historisch materialisme” zou betitelen. Bijvoorbeeld de verzameling geschriften onder de benaming Die deutsche Ideologie (1845-1846) bevat de uitleg over het historische belang van productiekrachten en sociale verhoudingen. Tijdens de jaren 1850 zal hij zich vervolgens kwijten aan de economische vraag hoe het kapitaal zichzelf structureel reproduceert als een alomvattend systeem. Hij schrijft duizenden pagina’s om zijn stempel te drukken op de economische wetenschap. Das Kapital (volume 1, 1867) is het meest gekende gepubliceerde resultaat. We komen dankzij het nauwgezette archivalische onderzoek van Kenneth Hemmerechts (KH) en Nohemi Jocabeth Echeverría Vicente (NJEV) te weten hoe de Franse vertaling van dit boekwerk tussen 1871 en 1875 tot stand kwam. Het onderzoek van de afgelopen paar decennia toonde aan dat Marx enorm veel tijd en energie spendeerde aan deze vertaling. De Franse versie verschilt inhoudelijk en conceptueel van de oorspronkelijke uitgave en speelde een belangrijke rol in de wijzigingen die Marx doorvoerde in de tweede Duitse editie (1872). Het was Marx zelf die aan het einde van de rit stelde dat zijn Franse vertaling moest beschouwd worden als een uniek document. Hemmerechts en Echeverría Vicente reconstrueren de bewogen wordingsgeschiedenis van dit geschrift in hun boek Publishing Karl Marx’s Le Capital (1871–1875).
Interview met Kenneth Hemmerechts & Nohemi Jocabeth Echeverría Vicente, afgenomen door Jelle Versieren

Jelle Versieren is historicus verbonden aan de Universiteit Antwerpen, Centrum voor Stadsgeschiedenis, en is gastdocent aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar de transities naar het kapitalisme in Europa, en schrijft ook over de geschiedenis van het economisch denken en kritische filosofie. Hij is adviserend redacteur voor History of Intellectual Culture. Hij schrijft geregeld bijdragen voor tijdschriften zoals Review of Radical Political Economics, Journal of Historical Sociology, Capital & Class, Critical Horizons, Social Theory & Practice en Journal of Contemporary Asia.
Klopt het dat jullie voor deze publicatie nog nooit onderzoek naar Marx hadden gedaan?
NJEV: Dat is inderdaad correct geraden. Persoonlijk heb ik een achtergrond als politicologe. Je kan mijn onderzoekstraject bestempelen als gevarieerd op inhoudelijk vlak. Als student startte ik mijn carrière aan de Universidad Nacional Autónoma de México. Deze universiteit, gelegen in de hoofdstad Ciudad de México, is sinds mensenheugenis de parel aan het Mexicaanse academische firmament geweest. De humane, politieke en sociale wetenschappen werden altijd gekenmerkt door een open geest met een nadruk op een brede vorming. Hier worden nog steeds kritische intellectuelen gevormd in plaats van hyperspecialisten. Veel alumni hebben zich verspreid over de vier academische windstreken en staan internationaal hoog aangeschreven. Ik heb mijn onderzoeksmaster in de politieke wetenschappen behaald aan de Jawaharlal Nehru University in India. Dat was een fantastische ervaring, omdat de internationale en multiculturele setting aan deze universiteit elke vorm van provincialisme weet te overstijgen. Hier werden we klaargestoomd tot wereldburgers die een besef meekregen dat politieke evoluties steeds moeten worden begrepen binnen hun mondiale dimensies. Aan de Vrije Universiteit Brussel behaalde ik mijn doctoraat en als postdoctoraal onderzoeker concentreer ik mij momenteel op het belang van burgerschapsvorming in zowel de kernlanden van het kapitalisme als in het Zuiden. Dit onderzoek heeft mij steeds overtuigd van het feit dat economische ongelijkheden aan de basis liggen van een democratisch deficit in een samenleving. Marx is voor mij altijd een belangrijke socioloog en econoom geweest om die ongelijkheden conceptueel te kunnen kaderen.
KH: Ik ben een socioloog van opleiding. Ik behaalde mijn masterdiploma aan de Katholieke Universiteit Leuven. In alle eerlijkheid, daar bleef ik steeds wat op mijn intellectuele honger zitten. Er werd weinig aandacht besteed aan het kwalitatieve en conceptuele luik van ons onderzoeksveld wanneer ik de vergelijking maak met bijvoorbeeld de Franse of Duitse collega’s. Ik heb mij, nadat ik aan de Vrije Universiteit Brussel mijn doctoraatstitel behaalde, vooral gefocust op onderwijssociologische tendensen, waarin ik wil aantonen dat discriminatie op basis van migratieachtergronden of klassenverschillen grote gevolgen kan hebben voor de toekomst van jongeren.
Wat maakte dat de interesse plots oplaaide om dit onderbelichte aspect van Marx’ intellectuele leven uit te spitten?
NJEV: We bezaten steeds het acute besef dat we niet bepaald de richting uitgaan naar meer rechtvaardige samenlevingen. Tijdens de covid-periode konden we weinig empirisch onderzoek verrichten. De vaste routine viel even weg. Zuiver toeval heeft ons gebracht bij Marx en het belang van de Franse vertaling van Das Kapital. We bezaten plots meer vrije tijd om ons te storten op de klassiekers uit de sociologie en politicologie. We merkten op dat Marx in die vertaling zowel een kort voor- als nawoord schreef. Het gaf ons genoeg stof tot nadenken.
KH: Inderdaad. Het voorwoord was geadresseerd aan de Franse uitgever, Maurice Lachâtre, waarin we te weten komen dat de uitgave de initiële bedoeling had om de materie meer behapbaar te maken voor een autodidactisch publiek. De oorspronkelijke Duitse uitgave kon op veel aandacht rekenen, maar uit recensies bleek dat zelfs hoogopgeleide critici de conceptuele rode lijnen niet volledig konden snappen.
Op welke manier kunnen jullie Das Kapital appreciëren?
Das Kapital kent veel verschillende lagen van analyse. Ten eerste is het een doorgedreven kritiek op de bestaande economische theorieën: de Engelse klassieke school (Smith, Ricardo en Mill), de Duitse historische school (List, Roscher en Knies), vroege marginalisten, Sismondi, etc. Ten tweede presenteert het een methode waarmee de economische wetenschap op een nieuwe wijze kan worden ontworpen. Hij past zijn methode ook onmiddellijk toe om de economische fenomenen in hun abstracte samenhang te vatten. Hier speelt ook Marx’ kritiek op Hegels conceptuele dialectiek een belangrijke rol, van waaruit een nieuw dialectisch apparatenbegrip ontstaat. Ten derde is het tegelijkertijd een objectieve analyse en synthese van het kapitaal als economisch en sociaal proces. Hier komen we te weten wat het kapitaal uniek maakt in vergelijking met andere prekapitalistische processen. Marx schenkt hierbij ook veel aandacht aan hoe het kapitaal zichzelf representeert aan onze horizon van directe ervaring. En ten laatste wil Marx ook de historische genese van het kapitaal meegeven aan de lezer. Deze verschillende lagen maken dat een lezer ontzettend veel denkwerk moet verrichten om Marx te volgen in zijn gelaagde redeneringen.
Marx schrijft dan ook op een zeer zelfbewuste manier dat hij heeft gepoogd om meer leescomfort te geven aan zijn Franse publiek. Maar onmiddellijk waarschuwt hij dat publiek dat het boek niet snel antwoorden kan geven. Het is en blijft een doorwrocht wetenschappelijk werk. In het nawoord laat Marx de lezer ook weten dat zijn medewerking aan de Franse vertaling een directe impact had op de tweede Duitse versie: bepaalde argumenten werden meer expliciet gemaakt, andere gedachtegangen werden net vereenvoudigd en meer empirische of statistische voorbeelden werden aangehaald om de abstractiegraad meer aanschouwelijk te maken. Marx besluit het nawoord met te stellen dat de Franse versie een wetenschappelijke waarde bezit die niet identiek is aan de Duitse versies. De Franse versie verschilde, zo benadrukte Marx, van het Duitse origineel qua conceptuele redeneringen. Hij hoopt om die reden dat zijn Duitse lezerspubliek ook de Franse versie zou lezen.
Welke andere bronnen gaven jullie inspiratie om aan dit project te beginnen?
NJEV: Net voor de covid-periode verscheen ook een onontdekte briefwisseling tussen Marx, Lachâtre en de Parijse drukkerij. De redacteur is François Gaudin, een taalwetenschapper verbonden aan de universiteit van Rouen, en hij gaf die correspondentie uit onder de titel Traduire Le Capital, Une correspondance inédite entre Karl Marx, Friedrich Engels et Maurice Lachâtre. Gaudin was niet aan zijn proefstuk toe over dit onderwerp. Enkele jaren voorheen publiceerde hij een prachtige biografie over dezelfde Lachâtre. Gaudin schreef ook een boeiende inleiding over die briefwisseling, die een leidraad zou vormen voor ons verdere archiefonderzoek.
KH: Tijdens de jaren 1980 ontstond er een korte hausse over de intellectuele geschiedenis rond die vertaling. Jean-Pierre Lefebvre, een professor in de Duitse taalkunde verbonden aan de École Normale Supérieure, maakte een eerste reconstructie van op welke manier die vertaling tot stand kwam. Lefebvre is best een grote naam in Frankrijk. Hij staat algemeen bekend als de autoriteit over Paul Celans werk. Hij schreef ook samen met Pierre Macherey een baanbrekend werk over de politieke filosofie van Hegel, Hegel et la Société (1984). Tijdens de jaren 1980 werd hij gevraagd om zich te ontfermen over een wetenschappelijke vertaling van tal van Marx’ werken. Zodoende signaleerde hij als eerste op uitvoerige wijze dat die Franse vertaling een unieke inhoud en context kent.
De filosoof Jacques D’Hondt, leerling van de Hegeliaanse marxist Jean Hyppolite, behoort tot dezelfde kring van Franse Hegel-kenners. Hij heeft zich sinds de jaren 1970 zowel gefocust op de intellectuele context van Hegels concepten, de internationale ideeëngeschiedenis van het Hegelianisme als de invloed die Hegel uitoefende op Marx’ begrippenkader. Hij werd alom bekend met zijn werk Hegel en son temps (1968). Dit werk zorgde ervoor dat de oudere Hegel opnieuw werd geherwaardeerd als een radicaal Verlichtingsdenker. Veel oudere interpretaties meenden dat Hegel tijdens zijn latere “Berlijnse periode” een meer conservatieve visie had op de moderniteit. D’Hondt benadrukt, gebaseerd op tal van minder gekende manuscripten, dat Hegel steeds de Franse Revolutie zou beschouwen als een noodzakelijk emancipatorisch moment. Dit boek geldt nog steeds als een basiswerk voor elke Hegel-kenner. Een andere belangrijke publicatie is De Hegel à Marx (1972). Hierin beschrijft D’Hondt hoe Marx het geschiedenisbegrip en de dialectische methode van Hegel radicaal transformeerde tot een eigen theorievorming. Tegelijkertijd geloofden beide denkers dat een dialectische visie maakt dat een samenleving nooit kan worden herleid tot enkele fundamentele en onveranderlijke determinanten. De geschiedenis creëert steeds opnieuw nieuwe processen die haar vormgeven. Ook staat hij stil bij hoe Hegel doorheen zijn carrière werd beïnvloed door vroege vormen van kritiek op zowel het conservatisme als het liberalisme. D’Hondt poogde net zoals Lefebvre meer onbekende documenten en manuscripten van Hegel en Marx te traceren. Dit maakte dat hij ook de Franse vertaling in kaart bracht met zijn artikel La traduction tendancieuse du Capital par Joseph Roy.
NJEV: Sinds de jaren 1980 hebben archief- en onderzoeksinstellingen in Amsterdam en Berlijn nieuwe documenten weten te verzamelen. Na het verdwijnen van de Sovjet-Unie konden ook buitenlandse onderzoekers tal van oorspronkelijke stukken in het Russisch Staatsarchief voor Sociaal-Politieke Geschiedenis consulteren. Dit staatsarchief bezit ongeveer een derde van alle originele geschreven teksten van Marx en Engels. Het archief is ontzettend bureaucratisch in zijn werking, maar de kopieën van die originele stukken zijn van goudwaarde. Al die zaken maakten dat er een hernieuwde interesse is ontstaan rond de intellectuele geschiedenis van Marx’ geschriften.
Gaudin had nog meer geluk. Tijdens zijn onderzoek naar Lachâtre ontmoette hij een afstammeling van Henri Auriol. Auriol was best een bekende naam onder de eerste generaties Franse marxisten. Tijdens het laatste kwart van de negentiende eeuw gaf hij tal van Marx’ werken uit. Hij was ook een nauwe vriend van Jules Guesde en Marx’ schoonzoon Paul Lafargue. Tijdens zijn jonge jaren werkte hij als assistent voor Lachâtre. Blijkbaar was hij erin geslaagd om de briefwisseling rond de Franse vertaling te bewaren. Meer dan honderd jaar lagen die documenten geduldig te wachten op de zolderkamer van die afstammeling.
Het valt mij net te binnen. Jullie zijn geen historici! Wat wil zeggen dat de wondere wereld van archiefinstellingen jullie onbekend was.
NJEV: Dat klopt compleet. We hebben al doende de kneepjes van het vak ontdekt. Gaandeweg hebben we ook beseft dat archieven op onverwachte momenten een rijkdom aan materiaal kunnen verschaffen. Daarom hebben we besloten om dit project over de Franse vertaling op te splitsen. Dit boek gaat specifiek over de contextuele ontstaansgeschiedenis van de vertaling. In een tweede boek willen we ons concentreren op de inhoudelijke evolutie van de vertaling: hoe de gebruikte concepten en analysemethoden wijzigden doorheen de jaren, wie invloed uitoefende op de manier waarop de concepten werden aangebracht, etc.
Tot nu toe was het vooral Thomas Kuczynski, twee jaar geleden gestorven, die zich bezighield met deze vraag. Hij was de zoon van de befaamde DDR-econoom-historicus Jürgen Kuczynski. Zowel vader als zoon waren connaisseurs van het oeuvre van Marx. Beiden hadden ook exclusieve toegang tot de archieven in Moskou om nieuwe wegen in te slaan in het onderzoek naar de intellectuele evoluties van Marx’ geschriften. Westerse academici bezaten dat privilege veelal niet. Rondom het jaar 2000 startte zoon Kuczynski met het project om een gloednieuwe Duitse uitgave van het eerste volume van Das Kapital op de markt te brengen. Deze vertaling zou integraal rekening houden met alle verschillende edities, maar ook met tal van bijkomende ongepubliceerde commentaren en tussentijdse versies van Marx. Kortom, hij wilde de lezer een integraal overzicht geven van de manier waarop dit werk doorheen Marx’ leven steeds opnieuw inhoudelijk en vormelijk veranderde. Tijdens de jaren 1990 bracht Kuczynski reeds een soortgelijke uitgave uit over Das Kommunistische Manifest. Hij was zich er dus terdege van bewust dat er geen definitieve versie van het eerste volume kan bestaan. Het is eerder een eindeloos work in progress, waarbij Marx steeds nieuwe inzichten toevoegde. Kuczynski benadrukte hierbij het fundamentele belang om de eerste Duitse editie te vergelijken met de Franse vertaling om deze evolutie in kaart te brengen. Helaas heeft hij deze comparatieve studie nooit gepubliceerd.
Wat mij ook tot een volgend punt brengt: jullie zijn ook geen economen.
KH: We zijn gepassioneerde liefhebbers van Marx’ oeuvre, maar we willen niet pretenderen om alle technische complexiteiten van zijn theorievorming onder de knie te hebben. Ik was vooral verbaasd over de creativiteit van Marx’ invalshoeken. Ik zou eigenlijk de lezers aanraden om te starten met zijn eerste tentatieve manuscript uit 1857. Dit staat nu bekend onder de titel Grundrisse. Dit manuscript is minder afgelijnd en kent nog veel meer filosofische reflecties, waardoor een lezer zich niet gedwongen voelt om alles van naaldje tot draadje te begrijpen. We weten ook dat tal van andere manuscripten bestaan tussen Grundrisse en het eerste volume. En dat Marx bij leven en welzijn zichzelf heeft gekweten aan vier verschillende versies van dat volume: twee Duitse edities, een Franse en een Russische. Al deze versies verschillen duidelijk van elkaar. Marx hield gewoonweg nooit op met zijn eigen resultaten te heroverdenken.
De Franse versie kwam tot stand tussen 1872 en 1875. Marx was bij wijlen duidelijk gefrustreerd over de hoeveelheid tijd die hij moest spenderen aan de vertaling.
NJEV: Uiteindelijk was hij toch tevreden met het resultaat. Marx hield zich niet louter bezig met het vertalen van zijn Duitse editie. De Franse versie was een van zijn intellectuele hoogstandjes. De vertaling gaf hem enorm veel inspiratie om zijn economisch onderzoek verder te zetten, hoewel hij ook meer en meer overspoeld werd met politieke zaken. Vanaf de jaren 1870 begon de Europese arbeidersbeweging stap voor stap volwassen te worden. Haar ontplooiing vond niet enkel meer plaats in de intellectuele catacomben. Ze groeide langzaam uit tot de grootste massabeweging van de moderniteit. Marx stond te midden van dit gebeuren als een van de meest gekende politieke figuren. Hij eiste dat de vertaling werd uitgegeven in een goedkope serie van 44 afleveringen, waardoor ook arbeiders zich een exemplaar konden veroorloven.
Voor deze vertaling werd een zekere Joseph Roy aangeworven. Marx koos hem specifiek voor deze vertaling. Waarom?
KH: Wel, initieel dacht Marx aan een zekere Charles Keller. Keller was een gekende intellectueel binnen de Franse socialistische milieus. Hij bezat een uitgebreide kennis van het Europese socialisme, en werd initieel begeesterd door Fourier, Saint-Simon, Proudhon, etc. Hij kwam uit een rijke Republikeinse familie in Elzas en was ingenieur van opleiding. Hij correspondeerde reeds een tijd met Marx en was lid van de Eerste Internationale in Parijs. In 1869 zou hij starten met zijn eigen vertaling van Das Kapital. Zijn persoonlijke kopie van de eerste Duitse editie staat vol annotaties en aanmerkingen. Hij kende dus zeer zeker zijn materie. De opstand van de Parijse Commune, waar hij aan deelnam, verhinderde hem om verder te vertalen. We kunnen dus besluiten dat Marx onmiddellijk na de Duitse uitgave plannen maakte voor een Franse vertaling. Ook Paul Lafargue en Laura Marx hadden een deel van het voorwoord uit de eerste Duitse editie vertaald voor het weekblad Le Courrier français.
Lafargue en Laura Marx fungeerden als twee uitstekende bemiddelaars voor Marx. Zij bleven zoeken naar een gepaste uitgever om die vertaling tot stand te brengen. Net na de val van de Commune ontmoetten zij Lachâtre, die onmiddellijk zijn volle interesse toonde voor dit project. Marx werd op dat moment aanzien als de intellectuele vader van de Commune. Tot 1870 waren de verkoopcijfers van Das Kapital eerder bescheiden te noemen. Parijs bracht Marx tot ongekende hoogten als publiek intellectueel. Journalisten stonden in de rij om een interview af te nemen. In omgekeerde richting werd Marx ook bekend als politiek journalist. De verkoopscijfers van Das Kapital gingen in die mate de hoogte in dat zijn Duitse uitgever Otto Meisner keer op keer vroeg om een nieuwe editie te mogen publiceren. Marx wilde dus zeer snel zijn lijvige boekwerk herzien en herschrijven om tegemoet te komen aan de vraag vanuit het publiek. Ook circuleerde zijn geschrift over de Commune met als titel De burgeroorlog in Frankrijk (1871) over het gehele Europese continent.
NJEV: Marx’ stijgende populariteit maakte dat Lachâtre zeer goed wist dat het boek voldoende afzet zou kennen. Deze uitgever kwam uit een gegoed milieu, maar was als jongeman intellectueel aangetrokken door de Franse traditie van het utopisch socialisme. Hij was een bekende uitgever binnen linkse milieus. Bijvoorbeeld Louis Blanc werd door hem uitgegeven, maar ook Alexandre Dumas klopte bij hem aan. Lachâtre steunde de Commune door het uitgeven van politieke vlugschriften. Hij moest daarom vluchten naar San Sebastián, waar het contract werd onderhandeld met Lafargue en Laura Marx. Tijdens deze onderhandelingen liet Karl Marx de uitgever weten dat hij koos voor Joseph Roy als alternatief voor Keller. Roy was germanist van opleiding en kende de filosofische debatten in Duitsland. Hij vertaalde reeds de geschriften van Ludwig Feuerbach, waarover Marx zeer te spreken was. Op papier was Roy dus een ideale kandidaat om vooral op accurate wijze de conceptuele vertaalslag te maken tussen het Duits en het Frans. Marx maakte aan Lachâtre en Roy onmiddellijk duidelijk dat een welbepaalde taal ook de precieze uitdrukking van ideeën bepaalt. Hij hoopte dus dat Roy de semantische diepgang van de gebruikte concepten kon bewaren in het Frans.
Was Roy uiteindelijk de geschikte kandidaat?
NJEV: Tijdens de twintigste eeuw zouden de meeste experts de vertaling afschilderen als een inadequate weergave van het origineel. De vertaling wordt aanzien als een halve mislukking. Maar die vertaling werd wel veelal gebruikt binnen Franse academische middens, omdat het Duitse origineel een taaie brok is om te lezen. Marx was initieel lovend over de eerste paar vertaalde pagina’s. De tevredenheid was van korte duur. Na de eerste twee series moest Marx meer en meer Roy corrigeren. Op dat moment begon het onverwacht lange avontuur om te schipperen tussen leesbaarheid en conceptuele accuraatheid. Maar vooral de voortdurende en aanslepende onenigheden tussen de verschillende betrokken partijen maakten dat Marx het laken naar zich toetrok. Dit gebeurde vooral vanaf 1873, toen Roy meer en meer slabakte in het tijdig opsturen van nieuwe stukken. Zonder zijn eigen inbreng zou de vertaling nooit tot stand zijn gekomen.
KH: Roy had ook te maken met persoonlijke problemen. Hij leefde in zeer bescheiden omstandigheden en bevond zich aan de rand van persoonlijke armoede. Dit weerhield hem ervan de vooropgestelde deadlines te halen. Waarschijnlijk had dit een impact op de kwaliteit van het geleverde werk. Ook moest hij vaak verhuizen, wat een vlotte correspondentie tussen hem, Marx en de uitgever niet ten goede kwam. Marx moest dus meer en meer tijd vrijmaken om Roy’s opgestuurde stukken grondig te corrigeren en te herschrijven. Hij bleef evenwel evenwichtig in zijn beoordeling van Roy’s geleverde werk. Soms uitte hij enorm veel frustratie tegenover Lachâtre, Engels of Laura over het feit dat Roy zijn conceptuele gedachtegang duidelijk niet leek te snappen. Maar evengoed gaf hij complimenten aan Roy wanneer bepaalde passages en pagina’s wel voldeden aan zijn vereisten. Lachâtre’s reactie was in deze meer categoriek en minder genuanceerd. Reeds zeer snel beschouwde hij Roy als iemand die niet de conceptuele bagage en taalkundige vaardigheid bezat om een vlotte vertaling neer te pennen. Voor hem waren de zinsconstructies te vaak te warrig en te onduidelijk. Alleen over enkele beginpagina’s was hij tevreden.
NJEV: We konden wel een zeer menselijke Marx aantreffen in zijn correspondentie met Lachâtre. Hij bleef ondanks alle kritiek de samenwerking met Roy verdedigen tegenover Lachâtre. Hij eiste ook dat Roy betaald moest worden voor al het geleverde werk. Marx besefte zeer goed dat Roy van goede wil was, maar dat het conceptuele raamwerk soms zijn petje te boven ging.
KH: Roy gaf op enkele momenten ook ruiterlijk toe dat zijn neiging om de gebruikte terminologie letterlijk te vertalen leidde tot mogelijke verwarring en stroeve zinsbouw. Maar hij had ook zijn eigen klachten over de manier van werken. Meer dan eens liet hij aan Marx weten dat de letterzetters en eindredacteurs geen correcte drukversie maakten van zijn opgestuurde vertaalwerk.
Wat mij ook verbaasde, was dat niet alleen Roy en Marx verantwoordelijk waren voor de vertaling.
NJEV: Het was opnieuw prachtig om te lezen dat Marx letterlijk in zijn brieven schreef dat Laura van onschatbaar belang was om mee te helpen te vertalen. Laura was hoogintelligent en zeer erudiet. Zij bezat een vlotte pen en beheerste de Franse taal tot in de perfectie.
Roy zou ook niet de volledige rit uitzitten.
KH: Vanaf eind 1873 bleek Roy niet meer in staat te zijn om zijn verplichtingen na te komen omwille van zijn moeilijke leefomstandigheden. Op dat moment waren zeven series volledig vertaald. Vanaf dat moment stelde Marx alles in het teken om die vertaling zo spoedig mogelijk af te krijgen. Hij had ondertussen de redactie van de tweede editie van de Duitse versie voltooid, waardoor hij even meer ademruimte kreeg. In de correspondentie met vrienden en familie schreef Marx vaak over zijn vorderingen. Hij stelde dat de gepresenteerde klaarheid van het conceptuele raamwerk van de vertaling die van de nieuwe Duitse editie soms overtrof. Het intensieve vertaalwerk hielp hem bovendien om zijn ideeën scherper af te lijnen. Zijn compagnon Engels had een andere mening. Voor hem was de nieuwe Duitse editie superieur aan de vertaling.
En toch moest Marx opnieuw afrekenen met onverwachte tegenslagen.
NJEV: In 1874 had Marx af te rekenen met gezondheidsperikelen. Hij was duidelijk overwerkt, hoewel hij een ijzeren wil toonde om de laatste drie series op te sturen. Begin 1875 besloot de Parijse rechtbank de uitgeverij onder haar voogdijschap te plaatsen. Dit maakte dat het personeel in de drukkerij steeds een groen licht moest krijgen van de rechter om de letterzetting te mogen plaatsen. Deze juridische rompslomp zou maken dat pas in november 1875 finaal alles kon worden gedrukt.
Ik kan alleen maar besluiten dat deze vertaling een belangrijk aspect is om de intellectuele context van de oudere Marx te kunnen begrijpen.
KH: Dit wordt vaak niet belicht in de talrijke biografieën over Marx. Zelfs in recente werken zal je eigenlijk maar een paar zinnen lezen over die vertaling, terwijl het enorm veel tijd van hem opeiste. Dit maakt ook dat nieuwe vertaalde uitgaven steeds stuiten op dezelfde vraagstelling. Moet een Duitse editie integraal worden vertaald als de meest “authentieke” versie? Indien het een Duitse versie betreft, welke moet dan gekozen worden? Want er bestaan vier verschillende versies, waaronder twee die door Engels werden geredigeerd na de dood van Marx. We weten dat Marx de tweede editie prefereerde. Veel recente experts zullen de laatste versie vooral mijden. Ben Fowkes, die in 1976 de befaamde Penguin-vertaling maakte, schreef in zijn voorwoord dat de latere twee edities, geredigeerd door Engels, worden gekenmerkt door te veel onterechte vereenvoudigingen en weglatingen. Latere Franse vertalers zullen op hun beurt steeds de vierde editie prefereren.
Dus bestaat er überhaupt een “beste versie”? Deze discussie kwam opnieuw naar de oppervlakte naar aanleiding van een nieuwe Engelse vertaling in 2024. Paul Reitter is de nieuwe vertaler van dienst, en hij kiest resoluut voor de tweede editie, in tegenstelling tot Fowkes. Maar critici stellen dat Fowkes een veel beter evenwicht vond tussen een accurate filologische weergave van de Duitse concepten en een vlotte leesbaarheid voor de Engelse lezer. Reitter poogt dichter bij de Duitse terminologie te staan, maar zijn versie is een stuk stroever geschreven. We zitten dus opnieuw in een discussie die ons sterk doet denken aan alle kritiek op de oorspronkelijke Franse vertaling.