Op 18 april 1893 lieten bij een betoging voor het Algemeen Stemrecht vijf arbeiders het leven aan de kaarsenfabriek “Den Bougie” in Borgerhout. Het drama zette de democratisering van België in gang.
Programma van 16u00 tot 18u00
Sprekers:
Bert Engelaar voorzitter ABVV
Maret Dakaeva coördinator Uit De Marge
Manon Hermans kunstenares
Evocatie:
Het verhaal van Den Bougie door Dirk Tuypens, Liliane Simons en Leen Swinnen
Live muziek:
Oscar Bohnen en Bart Vanistendael
Slam-Poetry:
Myriam Van der Borght
“Den Bougie” in Borgerhout en de strijd voor het algemeen stemrecht
De kaarsenfabriek De Roubaix-d’Oedenkoven, in de volksmond “den Bougie”, is deel van het collectief geheugen van Borgerhout. Eind 19e eeuw was den Bougie het decor van de strijd voor het algemeen mannelijk stemrecht.
Al sinds haar oprichting in 1885 ijverde de Belgische Werklieden Partij (BWP) voor het algemeen mannelijk stemrecht. Het toenmalige cijnskiesrecht, verankerd in de grondwet, verleende stemrecht aan mannen die een minimum aan belastingen betaalden of er vanwege hun beroep recht op hadden (advocaat, arts, …).
Daardoor waren de arbeiders hier de facto van uitgesloten.
Het was een periode van doffe ellende voor de arbeidende klasse: kinderarbeid, lange werkuren, epidemieën door ongezonde leefomstandigheden, … tekenden hun leven.
De BWP was van mening dat zij door het algemeen mannelijk stemrecht in het parlement voldoende gewicht zou krijgen om de leef- en werkomstandigheden menselijk te maken.
Maar er beweegt niets waardoor in 1893 een staking uitbreekt in het land die tegen het midden van april aangroeit tot 250000 arbeiders. Het komt tot botsingen met de gendarmen met doden (o.a. in Mons) tot gevolg. Maar de arbeiders blijven vastberaden.
Ook in Antwerpen wordt gestaakt en betoogd
Op 17 april volgt ook Antwerpen, eerst in de haven, nadien in andere sectoren. Op 18 april wordt er met stenen gegooid door stakers aan de Bougie fabriek, waarbij een steen de hoed van burgemeester Moorkens raakt. De burgemeester schreeuwt enige waarschuwingen dat er geschoten zal worden als ze niet ophouden. Maar de betogers geven niet op. En dan klinkt het bevel om te schieten. Eerst met losse flodders. Maar wanneer de betogers nog steeds niet wijken en nog heviger met stenen beginnen te gooien klinkt plots: “Tirez pour tuer”. Opnieuw wordt er nu door de gewapende macht geschoten, maar deze keer met scherp. Om te doden. In paniek stuift de menigte uit elkaar. Er blijven vier dode lichamen liggen: Gustavus Hereygers, Josephus Van Diependael, Philippus Bosiers en Benedictus Van de Ven. Even later wordt, nabij het huidige districtshuis van Borgerhout een vijfde betoger, Cornelius Biscop doodgeschoten.
Het nieuws van de tragische gebeurtenissen bereikt snel de Kamer in Brussel.
Uit schrik voor escalatie in andere steden wordt opnieuw over het algemeen stemrecht gedebatteerd en gestemd. Vanaf dan mogen álle mannen ouder dan 25 stemmen. De rijkere mannen krijgen nog wel een tweede en sommigen een derde stem, maar de eerste stap in de democratisering van het parlementaire stemrecht is gezet.
Niemand van de ordehandhavers is ooit veroordeeld. De betogers werden beschuldigd van “aanslag van vrijheid op de arbeid”.
Op donderdag 20 april 1893 om 3 uur in de namiddag vindt de begrafenis plaats van de vijf slachtoffers. Een ontzaglijke menigte verdringt zich vanaf de Carnotstraat tot aan het Erasmusgasthuis in de Fonteinstraat in Borgerhout. Vierduizend mensen volgen de begrafenisstoet, nauwgezet in het oog gehouden door het leger, de gendarmerie en de politie. De schrik bij de elite zindert nog na. Voorop wordt een plakkaart gedragen met het opschrift “Slachtoffers van den strijd voor het algemeen stemrecht”. De vijf slachtoffers worden aanvankelijk begraven op het Kiel. Ze worden in 1947 verplaatst naar het Schoonselhof waar er een monument voor hen is opgericht.
Pas in 1949 is het vrouwenstemrecht ingevoerd!