Het drieluik van een ‘volwaardig’ sociaal fasciserend beleid

De essentie.

De sociale achterstelling, de sociale uitsluiting en de sociale onderdrukking als nauwelijks verholen beleidsprioriteiten van een regeerploeg volledig ten dienste van het establishment.

Of hoe de zwakkere schouders constant gedwongen worden de zwaarste lasten te torsen.

Of wat je allemaal niet doet om de vermogenden te belonen voor het stelsel matig niet opnemen van hun fiscale verantwoordelijkheid…. ‘ Tax the rich’ voorkomen en vermijden: een oefening waarin de huidige meerderheid in excelleert..

 Uitsluiten, een werkwoord dat het fasciserend regeerplatform vlotjes gebruikt in alle tijden en wijzen om zijn boodschap van haat en verdeeldheid uit te dragen.

De willekeur van de wet van de sterkste opleggen en ondergaan als richtsnoer van het regeerbeleid.

De culpabilisering  van het opnemen van sociale rechten. Activeren en responsabiliseren of de repressie van de werkende klasse ten dienste van de fiscale vrijhouding van het kapitaal en van de vermogenden. De verpaupering van de bevolking als perspectief. Armoede wordt terug een falen aangerekend aan de armen zelf. Dakloos worden als een tolereerbaar effect van het politieke exclusiebeleid. Het respect voor de waardigheid van de mens meer dan ooit terug een ijdel woord. Naar een consequente fascisering van de rechtsstaat. De fascisering een internationale afrekening met de werkende klasse en met de behoeftigen of hoe het fenomeen duidelijk het kapitalisme typeert als mega-misdaad tegen de mensheid.  

De implosie en verschrompeling van de arbeidsbeschermende wetgeving en van de sociale dialoog.

De syndicale organisaties en de sociale tegenmacht permanent geviseerd.

 De sociale achterstelling, de sociale uitsluiting en de sociale onderdrukking als nauwelijks verholen beleidsprioriteiten van een regeerploeg volledig ten dienste van het establishment .

Sedert het neoliberalisme enkele decennia geleden rechtstreeks leidde tot de gestage vereffening van de sociale staat en de vermarkting van de sociale verhoudingen, is de arbeidersbeweging het gewoon geworden dat de werkers door elke nieuwe regering worden gevraagd om ’even’ wat in te leveren in afwachting van de sanering van de overheidsuitgaven.   De aan de werkende klasse gevraagde inspanning maakt dan zogezegd deel uit van een algemene besparing opgelegd aan de ganse bevolking. Zijdelings krijgen de werkers dan wel      meegedeeld dat een niet meer te betalen sociale factuur eigenlijk de hoofdoorzaak zou zijn van de benarde staatshuishouding. Trouw aan de Belgische politieke context, moet de aanwezigheid in de regeringsmeerderheid van ‘socialisten of wat ervoor doorgaat’ de werkende klasse geruststellen over de waarheidsgetrouwheid van de neoliberale analyse van de begrotingsproblematiek. Onderliggend aan de oefening voegt officiële commentaar er dan vlug aan toe dat de aanwezigheid van zogezegd links in de regering, de sociale inlevering nog heeft kunnen milderen met een dubbele geruststelling tot doel. De syndicale organisaties paaien  want vertrouwenswaardige politici in de regering waken over de omvang van de gevraagde sociale inleveringen  …. De tweede geruststelling is bedoeld voor de zogezegde syndicaalvriendelijke politiekers zelf, die bereid zijn zich op te offeren voor het sociaal gemeen   en er de bijhorende impopulariteit van ‘willen‘ aanvaarden. Na meer dan vier decennia neoliberaal beleid raakt deze retoriek echter behoorlijk afgesleten… en blijkt van langsom meer  duidelijk dat de opgedane ‘expertise’ in sociale vereffening het ware handelsmerk is geworden van pseudo-links.

Gevaccineerd tegen dat soort reaal politiek, kan de sociale beweging wel een behoorlijke dosis sociaal gehuichel aan… Maar de huidige regering, daarin andermaal gesteund door zogezegd links, overtreft  zonder meer al haar voorgangers in de sociale vernedering van de werkende bevolking. Nu de sociale achterstelling, de sociale uitsluiting en de sociale onderdrukking  schaamteloos en nauwelijks verholen worden gehanteerd als beleidsprioriteiten, die vlotjes en gebald kunnen worden verwoord in drie gedragsregels:

– De zwakkere schouders dienen steeds de zwaarste lasten te torsen – sociale achterstelling.

– De armoede en de dakloosheid zijn terug fouten aangerekend aan het falen van de arme en de dakloze zelf; het  worden aanvaarbare gevolgen van het exclusiebeleid – sociale uitsluiting.

– De wet van de sterkste daar waar het kan ongecomplexeerd opleggen … en ze daar waar het moet zelf in alle stilte ondergaan – sociale onderdrukking.

Het grondrecht op een menswaardig leven kan door de beleidsvoerders enkel nog worden ingeroepen voor zover het verenigbaar is met de voornoemde regels. Als voetnoot bij het inleveringsbeleid komt het voor de neoliberale regeerders trouwens uitstekend tot zijn recht als ijdel begrip uit een, voor hen, al lang vervlogen tijd… Concreet houdt dit in dat enkel nog een constitutionele rechter de sociale achteruitstelling zal kunnen teniet doen op vraag van de erdoor geviseerde personen zelf.

‘De zwakkere schouders’ dienen stelselmatig de zwaarste lasten te torsen. – De sociale achterstelling.

Het regeerbeleid illustreert prachtig de algemene draagwijdte van een richtsnoer die zowel het fiscaal beleid, het sociaal beleid met inbegrip van de pensioenen, als het beleid inzake arbeidsverhoudingen beheerst. De sociale achterstelling bevat trouwens een algemeen en een specifiek luik. Het algemeen luik hangt samen met de obstinate weigering van de neoliberale beleidsvoerders op alle niveaus te overwegen om ooit maar de vermogenden en kapitalisten op hun fiscale solidariteitsplicht met de andere burgers aan te spreken. Anders gesteld, enkel de loon- en weddetrekkenden staan samen met de uitkeringstrekkers en de zelfstandigen in voor het gros van de staatsinkomsten uit belastingen. De vermogenden en kapitalisten melden zich ‘afwezig’ als het op meebijdragen aan de fiscale lasten aankomt… Maar zijn wel ‘thuis’ als het erom gaat van de structuren van de staat te genieten… Het belasten van de grote vermogens komt immers niet in het neoliberale woordenboek voor. Ook niet om een manifest tekort aan inkomsten te dekken… Ze ‘wringen’ nog liever de werkers en gelijkgestelden nog iets meer uit door ze aanhoudend te culpabiliseren en te responsabiliseren. Met als climax van de neoliberale hypocrisie het niet willen onderkennen dat een decennialang volgehouden inlevering op lonen, wedden en uitkeringen de werkende klasse van langsom meer verarmt en zelfs verpaupert. Maar ja, wat doe je niet allemaal om de vaandeldragers van je neoliberaal evangelie te ontzien… Dan is sociaal verongelijken van de werkende klasse zelfs geen vloek meer.

Sociale verongelijking is trouwens uitgegroeid tot een gewoonlijk gehanteerde techniek door de neoliberale regeerders. Je treft het fenomeen ook aan in de diverse takken van de sociale zekerheid met inbegrip van de pensioenen. Telkens weer zijn ook daar de grotere verdieners beter af. De sociale verongelijking heeft ook in totaal andere maatschappelijke domeinen zijn weg gevonden, zoals bijvoorbeeld het woonbeleid, het onderwijsbeleid, de gezondheidszorg,  e.a.  Doch het liberale cynisme is zonder meer ongeëvenaard als het om het dragen van de kosten van de militarisering gaat. Daarin aangemoedigd door de EU, wordt het gros van de factuur voor onnodig wapentuig gedragen door te beknotten op de sociale uitkeringen van de reeds zwaar gesolliciteerde en sociaal verongelijkte werkende klasse… die waarschijnlijk nog fysiek zal mogen ‘betalen’ voor het leveren van de nodige miliciens… Maar wat heb je er niet voor over om gemeenschapsgeld, dat had moeten dienen om de gevolgen van de klimaatwissel op te vangen, te verkwanselen aan de wapenindustrie….

De armoede en de dakloosheid zijn terug verworden tot fouten, aan te rekenen aan het falen van de armen en de daklozen zelf of armoede en dakloosheid als aanvaardbare gevolgen van de exclusiepolitiek. – De ’sociale uitsluiting’.

De sociale uitsluiting is een begrip dat vele ladingen en nog meer realiteiten dekt. Veelal zijn deze rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden met het afbouwen en onwerkzaam maken van de sociale verzorgingsstaat, die in opvangmaatregelen voorziet voor personen in sociale noodsituaties (zoals bijv. een acuut tekort aan bestaansmiddelen, een urgente behoefte aan een onderdak of aan voeding….).  Uitsluiting kan dan eventueel omschreven als het niet of niet meer toelaten van personen in sociale nood tot door of krachtens de wet opgezette stelsels van bijstand en ondersteuning van een uiteenlopende aard, ook al is de uitsluitende handeling in strijd met het recht op eerbied voor de menselijke waardigheid. De uitsluiting kan ofwel institutioneel ofwel feitelijk zijn. Hoe dan ook ‘sociale uitsluiting’ dekt een waaier aan gestaag toenemende situaties van personen, die willens en wetens door sommige besturen en overheden in de marge van de samenleving worden gedropt of … gelaten met een extreem gebrek aan bestaansmiddelen, aan voeding en aan een onderdak als belangrijkste indicatoren.  Het kan hierbij zowel gaan om allochtonen, om autochtonen zonder recht op leefloon of verwijderd uit een van de stelsels van sociale uitkeringen, als om werkenden waarvan het loon niet meer voldoende hoog is om ze uit de armoede te houden – de zogeheten werkende armen en daklozen… Daar waar nog niet zo heel lang geleden dergelijke toestanden door de politieke beleidsvoerders niet konden getolereerd worden, zorgen de aangehouden door rechts gevoerde haatcampagnes tegen de zwakkeren in de samenleving ervoor dat de armen en daklozen aan hun lot worden overgelaten in een sfeer van veralgemeende politieke onverschilligheid … Ze overleven amper bij de gratie van de NGO’s en van de filantropie….  In de ogen van een groeiende groep beleidsvoerders is hun penibele toestand slechts en vooral het gevolg van een persoonlijk falen… In vele opzichten lijkt de politiek trouwens een vergelijkbare attitude te hebben aangenomen jegens de gevangenen, die door de opeenvolgende regeringen het kennelijk niet meer waard worden geacht om uit hun extreme menselijke ellende te worden gehaald… Anders gesteld, de politieke goegemeente lijkt ook hier trouw aan de neoliberale doctrine, ervan overtuigd te zijn van de overbodigheid van ganse menselijke cohortes voor de markteconomie… Dus wegwerpen is de amorele boodschap… De houding is evenwel niet zonder gevolgen voor de plaats voor de algemene beleving van de mensenrechten en voor de liberale rechtsstaat en dito democratie, die de wortels van hun voortbestaan aangevreten zien ….

‘De wet van de sterkste complexloos toepassen als het kan en in stilte ondergaan als het moet’. – ‘De sociale onderdrukking’.

De wet van de sterkste complexloos opleggen daar waar het kan.

Aan de sociale onderdrukking kleeft een individueel en een collectief facet. Net zoals om te onderdrukken economische, sociale, politieke en militaire dwangmiddelen kunnen worden gebezigd. Bovendien moet van meet af aan gezegd dat de markt en de vermarkting een stelselmatige economische repressie genereren door het loutere feit dat ze de werkende  of sociaal uitkeringstrekkende personen aan de concurrentie onderwerpen. Immers door in onderlinge wedijver te stoppen, verwerft diegene die de markt beheerst een machtspositie ten overstaan van de aan de concurrentiegevoelige personen. Terloops weze trouwens opgemerkt dat de sociale wetgeving in eerste instantie bevrijdend werkt door de sociale concurrentie en zijn onderdrukkende gevolgen te milderen of weg te werken. Door te onderwerpen aan de marktwerking of de mildering ervan op te heffen, speelt dus de wet van de sterkste. Lees: de kapitaalbezitters en eigenaars van de productiemiddelen. Als autocratie en dictatuur van het kapitaal, bouwt de onderneming de onderwerping van arbeid uit met een interne arbeidsmarkt als kern. Door werknemers of uitkeringstrekkers nu uitdrukkelijk te activeren of te responsabiliseren, opteert een (anti)sociale wetgever dus onomwonden voor een verzwaring van de al aanwezige concurrentiedruk. Want laat er geen twijfel over bestaan, om (anti)sociale  of economische reden uitsluiten, is reprimeren en onderdrukken.  De verschillende technieken, die in de voorbije decennia door de neoliberale regeerders werden ingevoerd om de lonen, de weddes en de uitkeringen van de werkende bevolking te blokkeren en te verminderen, zijn dus evenveel economische repressiemaatregelen en toepassingen van de wet van de sterkste. Doch met de fascisering van de samenleving deinzen de vermogenden en kapitalisten er niet meer voor terug om aan fysiek geweld verwante repressie in te schakelen, om de werkende klasse te onderdrukken door de samenleving stelselmatig te militariseren … en de kost van de operatie  uiteindelijk met sociale gelden te betalen.

We spreken van een collectieve repressie van de werkende klasse, als we de maatregelen  overschouwen, die er in eerste instantie op gericht zijn de sociale tegenmacht tegen te werken  of in zijn bestaan te bedreigen. Tot op heden liggen deze maatregelen doorgaans niet op het wetgevend vlak. Het gaat veeleer om interventies op het stuk van de gezagsuitvoering door rechters en bestuurders… en om het correcter te stellen vaak om een uitgesproken oneigenlijk  en onwettig gebruik van deze macht. We denken hierbij aan het uitreiken van administratieve boetes zonder dat de overheid hiervoor een passende rechtsgrond heeft. In een vergelijkbaar bedje zijn ook de burgerlijke rechters ziek, die zonder adequate wettelijke grondslag en arbitrair  stakersposten verbieden en aan hun onwettig verbod een dwangsom kleven. Dat het in beide gevallen niet om rechtsgegronde maar om machtsgegronde beslissingen gaat, is maar een halve troost… De onwettige beslissingen blijven onmiddellijk uitvoerbaar en kunnen slechts opgeheven nadat een van de gedupeerde burgers of organisaties een hogere gezagsinstantie  heeft gevat en die heeft weten te overtuigen van de juridische ongeoorloofdheid van de oorspronkelijke beslissing….

De repressie door de toepassing van de wet van de sterkste laat de macht van de gezagsuitvoerders het steevast feitelijk halen van het respect van de rechtsorde, van de rechtsstaat en van de grond- en mensenrechten. De fascisering is er de politieke oorzaak van.

De wet van de sterkste, als het moet, in stilte ondergaan….

Geconfronteerd met een economische of politieke overwicht aan macht, zullen de voornoemde (nationale) gezagsvoerders de wet van de sterkste in stilte moeten ondergaan. In een wereldorde meer beheerst zoals vroeger door het internationaal recht, door de grondrechten en door de referentie van de rechtsstaat, maakt de toepassing van de wet van de sterkste al vlug het voorwerp uit van een gegronde rechtskritiek, niet zelden gebaseerd op de schending van het humanitair recht of van de grondrechten. In de huidige op de wet van de sterkste gebouwde internationale verhoudingen overheerst de schrik voor represailles van de sterkere, als de minder sterke deze van de schending van de mensenrechten beschuldigt. Ergo. Als het overwicht aan macht de ultieme legitimatie vormt van een overheidsoptreden, staat de deur wagenwijd open voor misdaden tegen het humanitair recht, tegen het oorlogsrecht en voor genocides allerhande…

Ergo. Respect voor de rechtsstaat en voor de mensenrechten is ondeelbaar. Het respect nationaal vindt zijn verlengde in het internationale en andersom.

Conclusie.. Meer dan ooit inzetten op de versterking van de sociale tegenmacht om de rechtsstaat, de grondrechten en een op recht gegronde internationale wereldgemeenschap te verstevigen.  De strijd voor grondrechten begint met het afstoppen van de sociale achterstelling, de sociale uitsluiting en sociale onderdrukking, zo dierbaar aan de huidige regeerploeg.

Marc Rigaux

Masereelfonds Antwerpen