De abortuswet van 3 april 1990 – een lange strijd die nog niet geëindigd is
In 1966 staakten de vrouwen van FN in 1966 voor ‘gelijk loon voor gelijk werk’ (De staking van de vrouwen van FN-Herstal in 1966: start van een nieuwe feministische golf) Maar ze stelden ook andere eisen die verband hielden met het persoonlijke leven náást de fabriek, zoals de opvang van kinderen, anticonceptie, volwaardig onderwijs voor meisjes, abortus, … Elementen uit het persoonlijke leven van de werkende klasse werden zo politieke eisen. En vrouwenrechten kregen voortaan een prominente plaats in vakbondseisen voor heel het werkende volk.
Een van die eisen was dus: “Abortus uit het strafrecht”. Abortussen gebeurden clandestien door vaak niet of onvoldoende geschoolde “engeltjesmakers”. De ingreep was gevaarlijk. Vele vrouwen bezweken aan de gevolgen door onvoldoende medische begeleiding. In de jaren 60 en 70 van vorige eeuw stierven jaarlijks tot 50 vrouwen door deze illegale en gevaarlijke ingrepen.
De arbeidersbeweging en de feministische beweging stelden dus terecht de eis in het kader van de reproductieve rechten van de vrouwen: toegankelijke en veilige abortus en zelfbeschikkingsrecht voor de vrouwen. Dat werd later door de Dolle Mina’s vertaald in de populaire slogan: “Baas in eigen buik”. Door een aantal kantelpunten in de strijd werd abortus tenslotte gedoogd in 1990.

Campagne van Dolle Mina Gent, Abortus Vrij, 1973 (Bert Verhoeff, Nationaal Archief/Anefo)
1973: de veroordeling van Dr. Willy Peers in 1973 en de legalisering van anticonceptie
Dr. Peers was bekend om zijn grote sociale bewogenheid. Hij was ook lid van de KPB (Communistische Partij van België). Hij pleitte voor toegankelijke contraceptie en voor pijnloze bevallingen in een tijd dat epidurale anesthesie nog niet bekend was. Respect voor de waardigheid van vrouwen die bevielen liet dikwijls te wensen over bij artsen-gynaecologen. En ja, zelfs anticonceptie aanbevelen of promoten was verboden en strafbaar. Bovendien pleitte dr. Peers voor het recht op abortus als deel van familieplanning.
Verschillende malen kreeg hij een gevangenisstraf omwille van abortussen die hij uitvoerde. Verschillende malen werd hij geschorst door de Orde van Geneesheren. Hij mocht zelfs geen patiënten meer ontvangen in het Centrum voor Verloskunde en Gynaecologie in Namen waar hij adjunct-directeur was. Deze strafmaatregelen werden pas in 1985, na zijn dood een jaar eerder, opgeheven.

Dr. Peers (2de van links) op een verboden betoging in Namen in 1974 (Foto RV in Solidair 5 oktober 2017 )
Op 16 januari 1973 kreeg hij een gevangenisstraf van 34 dagen opgelegd nadat hij een abortus had uitgevoerd op een minderjarig meisje met een mentale beperking die verkracht was.
Een enorme verontwaardiging brak daarop los in de publieke opinie en bij gezondheidspersoneel, feministische militanten, politici en rechtsgeleerden. Het gevolg was wel dat een wet tot stand kwam die anticonceptie legaliseerde. Maar abortus bleef verboden.
1977: de arrestatie van Dolle Mina Anne Léger
Dolle Mina Anne Léger werd gearresteerd omdat de politie brochures over anticonceptie in haar auto had gevonden. Daar stonden evenwel ook adressen in van abortusklinieken in Nederland. Dat werd door de rechtbank gezien als propaganda voor abortus, verboden op basis van art. 338 van het Strafwetboek. Mede door grote publieke mobilisatie werd zij echter vrijgesproken. Dat was een belangrijke overwinning voor de beweging “Baas in eigen buik”. Nochtans was nog lang niet iedere vrouwenorganisatie akkoord dat de vrouw over abortus beslist. Meer bepaald christelijke vrouwenorganisaties hadden onder invloed van de kerk grote moeite om het principe te onderschrijven.
1984: de veroordeling van Dr. Jean-Jacques Amy

De gynaecoloog en VUB-prof werd voor illegale abortussen herhaaldelijk veroordeeld tot gevangenisstraffen met uitstel. In 1984 werd hij veroordeeld tot 1 maand gevangenisstraf omdat hij abortus had uitgevoerd op een 13-jarig meisje dat zwanger was gemaakt door de 1 jaar-oudere zoon van haar moeders toenmalige partner. Het Hof oordeelde dat het meisje wel in staat was een kind groot te brengen, ook al was ze minderjarig en ook al was er dus eigenlijk wettelijk sprake van verkrachting. Ook deze uitspraak veroorzaakte de nodige woede en ophef. Dr. Amy bleef een onvermoeibare strijder voor het recht op abortus en andere vrouwenrechten.
Het Gentse Kollektief Anticonceptie met Lucie Van Crombrugge: abortus is de strijd voor gewenste kinderen

Foto verschenen in Solidair 1 juni 2015
Een grote rol speelde de Gentse abortuskliniek “Kollektief Anticonceptie”. Lucie Van Crombrugge begon daar te werken vanaf 1982. Later werd zij tussen 1996 en 2009 de coördinator van het Kollektief.Eerder was zij lid geworden van het Vrouwen Overleg Comité (VOC, nu Furia) en Dolle Mina.Het Kollektief wou abortus uit het strafrecht en een definitieve wettelijke regeling. Bovendien wilde het Kollektief dat abortus als een gewone medische ingreep in de gezondheidszorg werd gezien. In 1982 viel de rijkswacht binnen bij het Kollektief. Het werd voor 3 maanden gesloten. Vele vrouwen en medewerkers werden veroordeeld en pas later uiteindelijk vrijgesproken.
Zij werd weleens de “Rode Barones” genoemd en werd ook lid van de PVDA. Zij verkreeg in 2015 samen met de toen reeds overleden dr. Peers een eredoctoraat aan de VUB voor haar volgehouden strijd voor vrouwenrechten, waaronder het belangrijke recht op abortus. Het ultieme doel moet volgens haar zijn dat elk kind geboren wordt in een veilig en liefdevol nest. Daarvoor moeten de vrouwen zelfbeschikkingsrecht over hun lichaam hebben.
3 april 1990: de abortuswet ‘maakt een einde aan meer dan anderhalve eeuw schijnheiligheid’ (Dr. Amy)
Deze wet wordt ook wel vernoemd naar zijn indieners: de socialist Lallemand, advocaat van dr. Peers, en de liberale Herman-Michielssens. De stemming en de bekrachtiging verliepen evenwel niet van een leien dakje. De wet werd in het parlement aangenomen met een wisselmeerderheid. De regeringspartij CVP (nu CD&V) stemde tegen.
Vervolgens voelde Koning Boudewijn morele bezwaren om de wet te bekrachtigen. Speelde misschien mee dat koningin Fabiola verscheidene miskramen had en het echtpaar kinderloos bleef? Of handelde hij strikt volgens het religieuze dogma van de Kerk, dat abortus ten allen tijde verboden is?
Door het ongrondwettelijk gedrag van Boudewijn zag de regering zich verplicht tot enig constitutioneel lapwerk. Ze stelde Boudewijn tijdelijk voor 3 dagen in de onmogelijkheid om te regeren en vermeed zo troonsafstand. Het was de regering zelf die de wet in naam van het Belgische volk bekrachtigde. Zo kwam de burgerlijke wet boven het religieuze dogma te staan en werd de scheiding tussen kerk en staat gehandhaafd. Voor de Katholieke Kerk had Boudewijn evenwel een moedige daad verricht. Paus Franciscus startte een procedure op om hem zalig te verklaren en om hem later eventueel de status van heilige te verlenen.
Een wet die onaf is
De wet voorzag dat abortus binnen de 12 weken na de bevruchting niet meer strafrechtelijk vervolgd zou worden. Na die periode blijft de strafwet evenwel van toepassing, behalve als de zwangere vrouw in levensgevaar verkeert. Er geldt een verplichte bedenktijd van 6 dagen alvorens de abortus kan uitgevoerd worden.
Na 1990 woedde de strijd dan ook verder voor volledige decriminalisering en om abortus te behandelen als een medisch probleem eerder dan een strafrechtelijke inbreuk. De volksgezondheid, het recht op zelfbeschikking van vrouwen, hun recht op gezondheid en op leven ging voor. Dat houdt in dat abortus een recht wordt in plaats van een gedoogd misdrijf.
15 oktober 2018: abortus grotendeels uit de strafwet
De wet kwam tot stand één jaar na de dood van voorvechtster Lucie Van Crombrugge. Toch blijft ook deze wet nog een halfslachtige aanpassing aan de eis van vrouwen- en werknemersorganisaties. De volledige decriminalisering komt er niet.
De bedenktijd van 6 dagen blijft van kracht, behalve in geval van dringende medische redenen. Terwijl de vrouwenbewegingen eisen dat deze bedenktijd afgeschaft wordt. Vrouwen hebben heus goed nagedacht voor zij een abortus vragen, is het argument.
Dokters zijn ook niet verplicht in te gaan op de vraag van zwangere vrouwen naar abortus. Zij zijn wel verplicht de vrouwen door te verwijzen naar artsen die een abortus wel willen uitvoeren.
De periode van 12 weken na de bevruchting is te kort. Daardoor zijn vrouwen nog altijd verplicht uit te wijken naar Nederlandse abortuscentra waar de toegelaten periode 24 weken is. Een foetus is pas levensvatbaar vanaf 24 weken en zou pas pijn voelen en een vorm van bewustzijn hebben vanaf 22 weken. Er is een meerderheid van 8 partijen in het parlement om, als compromis, de toegestane periode uit te breiden tot 18 weken na de bevruchting. Enkel de partijen CD&V, NVA en Vlaams Belang steunen de uitbreiding tot 18 weken niet.
Kortom, er is nog werk aan de winkel. De abortuswet is een mijlpaal in het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen over hun eigen lichaam. In verschillende landen als de VS en Polen werd het recht op abortus evenwel terug geschroefd.
In België blijven de abortuscijfers laag: 8,8 op 1000 vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Nederland, waar abortus nochtans toegelaten is tot 24 weken na de bevruchting, heeft eveneens een gelijkaardig laag cijfer. Het Europees gemiddelde bedraagt 18 per 1000 en het mondiaal gemiddelde 39 per 1000 vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Het legaliseren van abortus heeft mee de moedersterfte teruggedrongen evenals kindermishandeling. Want gewenste kinderen zijn minder slachtoffer van mishandeling.
Geraadpleegd: RoSa vzw, kenniscentrum voor Gender en Feminisme