Vlaanderen anno 1850 is arm. Zeer arm. Onvoorstelbaar arm. Honger waart rond. Aardappels rotten op het veld. Cholera en tyfus decimeren de bevolking. De linnennijverheid, de laatste reddingsboei van veel paupers, kapseist. Mensen vallen van uitputting dood neer op straat. Uitgehongerde bedelaars zwerven bij tientallen tegelijk rond. Uit pure ellende eet het volk boomschors en gras. Dit was de laatste Belgische hongersnood in vredestijd. Wij huiveren bij zo veel ellende uit een ver verleden. Toch staat deze tijd dichter bij ons dan we denken. Hier wordt onze moderne, geglobaliseerde wereld geboren.
De geschiedenis van Arm Vlaanderen is niet alleen een lokale tragedie van ongeziene misoogsten en de teloorgang van die aller-Vlaamste der Vlaamse huisnijverheden, de linnenindustrie. Het is ook een wereldomspannend verhaal van besmettelijke ziektes die continenten en oceanen oversteken, van een aardappelplaag die uit Amerika komt, van Peruviaanse vogelpoep en Senegalese gom die grote sier maken in Europa en van een ongeziene import uit het Wilde Westen en het Verre Oosten. Kortom, dit is bij uitstek wereldgeschiedenis.
Maarten Van Ginderachter
Maarten Van Ginderachter is verbonden aan het PoHis-Centrum voor Politieke Geschiedenis van de UAntwerpen, waar hij onder meer wereldgeschiedenis, eigentijdse geschiedenis en geschiedenis van België doceert. Hij schreef onder andere Het rode vaderland (2005) en The Everyday Nationalism of Workers (2019), en hij was medesamensteller van Het land dat nooit was (2014).