Voor een economie ten dienste van het algemeen belang

Door Dries Goedertier*

Er waait een frisse wind door Labour. Sinds het aantreden van Jeremy Corbyn als partijvoorzitter en het succes bij de vervroegde parlementsverkiezingen verkeert de partij in topconditie. De socialisten dingen terug volop mee naar regeringsverantwoordelijkheid. Overigens niet door de hardnekkige dogma’s over de superioriteit van de markt, competitie, vrijhandel en privaat eigendom achterna te hollen. Het nieuwe partijleiderschap tracht de bakens van het debat over staat, economie en samenleving grondig te verzetten. Voor een rechtvaardige samenleving en een economie in functie van het algemeen belang is namelijk meer nodig dan progressieve belastingen en een sterke sociale zekerheid. Socialisten moeten ook werken aan een betere verdeling van eigendom.
Inkomensongelijkheid hangt immers nauw samen met vermogensongelijkheid. Wie meer activa bezit, strijkt tevens de inkomens op die eruit voortvloeien. In de meeste landen van de wereld onderging het publiek vermogen – de overheidsactiva – een forse krimp ten voordele van privaat vermogen. Volgens het recentste World Inequality Report (met o.a. Thomas Piketty als coördinator) beperkt dit de capaciteiten van de overheid om de oprukkende ongelijkheid tegen te gaan.[1] Het Verenigd Koninkrijk is een van de landen waar de aangroei van privaat vermogen het spectaculairst was. Het netto publiek vermogen (dat is het publiek vermogen afgezet tegenover de overheidsschuld) is daarentegen zelfs negatief.
Labour wil deze hyperconcentratie van vermogen én beslissingsmacht doorbreken door de privatiseringen van de afgelopen decennia terug te draaien. Begin februari hield de partij een langverwachte partijconferentie over “alternative models of ownership”. De belangrijkste academische spreker was Andrew Cumbers, een Schotse politieke econoom (University of Glasgow) die in 2012 uitpakte met het inspirerende boek Reclaiming Public Ownership: Making Space for Economic Democracy (Zed Books, 2012).

Publiek eigendom is veel meer dan openbare diensten
Op 26 april sprak Cumbers voor het Belgische publiek op een symposium van ACOD Cultuur over publiek eigendom en economische democratie. Cumbers ontkrachtte de stelling dat privatisering leidt tot een betere verspreiding van eigendom. In het Verenigd Koninkrijk is het aandeelhoudersbezit net sterk in handen van pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen en buitenlandse bedrijfsgroepen. In 2014 was slechts tien procent van alle aandelen eigendom van particuliere individuen. De sterke greep van de zogenaamde institutionele beleggers op de economie vertaalt zich in een focus op kortetermijnwinsten ten koste van lange termijn-investeringen en economische productiviteit. Bovendien draagt de voortschrijdende privatisering bij tot een groeiende inkomensongelijkheid.[2]
Een herverdelingsbeleid via progressieve belastingen en de sociale zekerheid kan de ongelijke inkomensverdeling tot op zekere hoogte wegwerken. Ook het streven van vakbonden naar waardig werk en hogere lonen draagt daartoe bij. Sociale rechtvaardigheid, aldus Cumbers, heeft echter ook te maken met medezeggenschap van werknemers, gebruikers en gemeenschappen over de organisatie en de doeleinden van de economie. Het vergt een grondige hervorming van de eigendomsstructuren. Eigendom impliceert immers beslissingsmacht. De groeiende concentratie van privaat eigendom stelt een kleine elite alsmaar meer in staat om de economie in functie van haar eigen gewin in te richten. Meer publiek eigendom is cruciaal om met die oligarchische tendensen te breken.
Wat omvat het publiek eigendom? Cumbers verstaat hieronder alle collectieve eigendomsvormen die actief ingrijpen op de drie cruciale pijlers van een kapitalistische economie: loonarbeidsverhoudingen, privaat eigendom en commerciële markten. Publiek eigendom kan dus zowel slaan op staatseigendommen als niet-statelijke vormen van eigendom zoals coöperatieven. Hij stuurt daarmee aan op een open debat met verschillende denkstromingen (ook niet-socialistische) die wel streven naar hetzelfde doel (economische democratie) maar daarom niet altijd dezelfde weg kiezen. In totaal onderscheidt Cumbers zes vormen van publiek eigendom: overheidsbedrijven, semi-overheidsbedrijven, lokale of stedelijke bedrijven, bedrijven in handen van werknemers, productiecoöperatieven en verbruikerscoöperatieven.

Trap niet in de val van het verleden
Met zijn pluralistische kijk op publiek eigendom wil Cumbers verhinderen dat progressieve bewegingen opnieuw de fouten van het verleden maken. In gemengde economieën en centrale planeconomieën waren (en zijn) overheidsbedrijven sterk hiërarchisch, bureaucratisch en niet gesteld op democratische participatie. Door de centralisatie van macht in de handen van kleine, bestuurlijke elites waren ze ook kwetsbaar voor externe beïnvloeding door financieel-industriële groepen. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld, legden de financiële belangen van de City een hypotheek op de investeringscapaciteiten van de overheidsbedrijven. De realisatie daarentegen van verschillende publieke eigendomsvormen moet een verdeling van economische beslissingsmacht over een veelvoud van actoren en instituties mogelijk maken.
Zo een systeem zou ook voordelen hebben op het vlak van efficiëntie, kennisvorming en innovatie. Interessant genoeg haalt Cumbers hiervoor zijn mosterd bij de Oostenrijkse econoom Friedrich Hayek voor wie de efficiëntie van de markteconomie alles te maken had met de decentralisering van kennis. Cumbers gaat daar voor een stuk in mee. Hij voorziet in een socialistische economie bijvoorbeeld ook ruimte voor (strenger gereguleerde) marktwerking in dynamische, kenniscomplexe consumptiesectoren. De hayekiaanse associatie van de markteconomie met (economische) democratie is volgens Cumbers echter niet houdbaar. Concurrentie mondt vaker wel dan niet uit in concentratie van eigendom en beslissingsmacht.
Typerend voor de benadering van Cumbers is de gevoeligheid voor schaal. Hij moedigt ons aan om na te denken over de optimale schaal om publieke eigendomsvormen te implementeren. De ruimtelijke schaal, de meest geschikte eigendomsvorm en het passende regelgevende en institutionele raamwerk kan verschillen van sector tot sector en van context tot context. Een overal toepasbare blauwdruk is onmogelijk en wellicht ook niet wenselijk. In ieder land of regio is er ook een bepaalde voorgeschiedenis die men in rekening dient te nemen. De ervaringen met het publiek eigendom zijn overal anders en wat werkt in één land kan ergens anders evengoed mislukken.
Vanuit democratisch oogpunt kan het wel aangewezen zijn om economische activiteiten zoveel als mogelijk op lokaal niveau te organiseren. Stadsbedrijven of lokale coöperatieven lenen zich immers goed tot participatie van werknemers en burgers. Ze kunnen ook een belangrijke bijdrage leveren aan de omschakeling naar hernieuwbare energie. Denk in dit verband aan de vele stedelijke en coöperatieve energiebedrijven in landen als Duitsland en Denemarken. Voor de verwezenlijking van dergelijke grote beleidsdoelstellingen dient er echter ook een geplande aanpak op hogere schaal te zijn. In strategische sectoren zoals het openbaar vervoer of de energiedistributie kunnen nationale of regionale overheidsbedrijven maar beter een leidende rol spelen. Maar ook deze bedrijven moeten voorwerp zijn van maatschappelijk debat (via allerlei toezichtstructuren) en ruimte laten voor participatie.

Het plan van Labour
Een sterke, welvarende economie steunt op een sterke overheid. Ook private ondernemingen zijn immers afhankelijk van een goed uitgebouwde infrastructuur, uitstekend onderwijs en een kwaliteitsvolle gezondheidszorg. Labour plant daarom massale publieke investeringen ter waarde van 250 miljard Britse pond. De keuze voor publieke investeringen kadert in een bredere ambitie om de economie op een andere manier in te richten. Het quasimonopolie van private financiers om naar eigen goeddunken investeringsbeslissingen te nemen staat opnieuw ter discussie. Door in te zetten op alternatieven voor private eigendom wil Labour zoveel mogelijk mensen een stem geven in de economische organisatie van het land. “Taking back control”, een gekende brexitslogan, kreeg onder impuls van Labour een volledig nieuwe betekenis. Het wil zeggen dat de economie opnieuw ten dienste van het algemeen belang moet staan. Het hangt samen met de strijd tegen sociale ongelijkheid. Voor Labour gaan economische democratie en sociale herverdeling hand in hand. Eigendom moet veel beter en eerlijker verdeeld zijn. Voor de partij is het een voorwaarde om allen te laten meegenieten van de geproduceerde rijkdom. Of zoals Corbyns rechterhand John Mcdonnell het stelt: “Ours will only become an economy for the many, if we significantly broaden ownership.[3]
Volgens de Conservatieven staat Labour daardoor op het punt om de hele economie te nationaliseren. Het klopt dat Labour het spoor, de posterijen, het energiesysteem en de watervoorzieningen terug in publieke handen wil nemen. Geenszins betekent dit een terugkeer naar het oude model van centralistische, bureaucratische en afstandelijke overheidsbedrijven. Jeremy Corbyn omschrijft de plannen van zijn partij als een “catapult into 21st century public ownership.[4] De nadruk ligt hier duidelijk op ‘publiek eigendom’ en niet zozeer op ‘nationalisering’. Cumbers schreef mee aan de onderzoeksnota ter voorbereiding van de partijconferentie in februari. Zijn invloed blijkt uit de keuze voor meerdere eigendomsvormen en de focus op samenwerking tussen nationale, regionale en lokale schalen. De auteurs schuiven drie eigendomsvormen naar voor: 1) nationale of regionale overheidsbedrijven, 2) stedelijke en lokale bedrijven, en 3) coöperatieven.[5] Met de belofte van een fiscaal gunsttarief profileert de partij zich bovendien ook als de belangenbehartiger van kleine ondernemingen in zowel de reguliere als de ontluikende commons-economie. Het hangt samen met de wil om gemarginaliseerde economieën te ondersteunen en regionale welvaartsverschillen weg te werken. Daarom moeten lokale besturen ook de middelen krijgen om kwaliteitsvolle openbare diensten in te richten. In dit verband omschrijft Labour zich als de “party of devolution”.[6]
Economische democratie en decentralisering van economische beslissingsmechanismen. Het zijn de twee krachtlijnen die Labour hanteert bij de uitwerking van alternatieve eigendomsvormen. Tegelijkertijd is er voor bepaalde sectoren ook nood aan planning en coördinatie op hogere schaal om universele toegang tot cruciale diensten zoals energie- en watervoorziening te garanderen. De privatisering van deze sectoren ging gepaard met hogere facturen (de waterfactuur steeg met 40 procent), onvoldoende investeringen en spectaculaire winsten voor aandeelhouders. Het afgelopen decennium hebben de negen private waterbedrijven een winst na belasting van 18,8 miljard Britse pond geboekt. Daarvan ging maar liefst 18,1 miljard naar de aandeelhouders. Labour wil daar een einde aan maken door een nationaal netwerk op te richten van regionale publieke waterbedrijven.
Diezelfde combinatie van nationale coördinatie met autonomie voor de lagere schalen komt terug in de plannen voor de energiesector. Labour wil het distributienet nationaliseren en moderniseren om de shift naar hernieuwbare energie voor te bereiden. De lokale productie van hernieuwbare energie moet daardoor een duw in de rug krijgen. Stedelijke energiebedrijven en energiecoöperatieven zullen immers beter en sneller dan vandaag het geval is toegang krijgen tot het net. Tegen 2030 wil Labour dat 60 procent van de energievoorziening afkomstig is van hernieuwbare bronnen, en dit zonder werknemers van de fossiele energiesector te duperen. Alle energiewerknemers zullen opleidingen krijgen alsook de garantie op een gelijkwaardige job.

De visie van SP.A op openbare diensten?
Met de Toekomstbegroting en de congrestekst Nieuwe Tijden, nieuw socialisme plaatst ook SP.A opnieuw een ambitieus maatschappijproject in de steigers. Een groot verhaal over economie, overheid en samenleving kan begeestering opwekken en mensen tot actie aanzetten. Vertrekpunt daarbij zijn twee klassiek socialistische waarden: rechtvaardigheid en solidariteit. De partij hekelt de “hyperconcentratie van rijkdom en macht in handen van een steeds kleinere club”. Terecht brengt SP.A dit ook in verband met de toenemende ongelijkheid en de teloorgang van onze democratische vrijheden. Om dit tegen te gaan wil de partij ons sociaal model versterken met nieuwe vormen van bescherming en zekerheid. Een ambitieuze herverdelingspolitiek is belangrijk. Ze kan de ongelijkheid echter slechts tot op zekere hoogte wegwerken. Het fundamentele probleem dat socialisten moeten aanpakken is de concentratie van eigendom en beslissingsmacht in de handen van een kapitaalkrachtige financieel-economische elite.
We kunnen het eigendomsvraagstuk niet langer uit de weg gaan. Want wie de economische activa controleert, bepaalt ook in grote lijnen de organisatie en de doeleinden van de economie. Streven naar een sociaal rechtvaardige én duurzame economie impliceert een eerlijke verspreiding van eigendom en controle. Enkel zo kunnen we op een democratische manier een economie realiseren die het “goede leven” voor iedereen op een leefbare planeet mogelijk maakt. Een ‘klimaatneutrale toekomst’ veronderstelt inderdaad dat we “verantwoordelijkheid en macht over investeringen samenbrengen.” Daaraan moet SP.A ook de juiste conclusies verbinden. De energieprijzen op de groothandelsmarkten zijn vandaag te laag. Het is één van de redenen waarom private financiers onvoldoende investeren in hernieuwbare energie. Er valt gewoonweg te weinig winst mee te maken. Instellingen zoals de Wereldbank menen daarom dat we publieke middelen moeten gebruiken om de private winsten te garanderen en het “investeerdersvertrouwen” te versterken. Maar ook de aanbevolen pps-constructies schieten tekort. Er is een gigantische investeringskloof die we alleen kunnen dichten met massale publieke investeringen.[7] Overal in Europa zijn er steden die inzetten op publieke energiebedrijven en energiecoöperatieven. Waarom zou die vruchtbare publiek-publieke samenwerking niet in onze eigen steden en gemeenten kunnen?
Zonder meer zet SP.A onder leiding van John Crombez in op een “sterke publieke dienstverlening.” De partij moet daarover niettemin een veel duidelijkere visie formuleren. Het werk van Cumbers kan hierbij als leidraad dienen. Hanteer een brede definitie van publieke eigendom, introduceer verschillende eigendoms- en organisatievormen (naast marktwerking) en houdt rekening met de dynamiek tussen schalen. We staan vandaag tegenover een offensieve rechterzijde die publieke diensten op alle bestuursniveaus privatiseert of uitbesteedt. Op lokaal vlak hebben we te maken met de privatisering van rusthuizen en pps-constructies in bv. de zwembadbouw. Publiek-private samenwerking is schadelijk voor de lokale begroting, ondermijnt de democratische controle en gaat gepaard met hogere tarieven die het universele karakter van de dienstverlening ondergraven. Met de aanstormende gemeenteraadsverkiezingen is het aan progressieve krachten om hiertegen een vuist te maken. Ze kunnen zich laten inspireren door succesvolle Europese steden en gemeenten die de privatisering van publieke diensten terugdraaien. Barcelona en Hamburg doen bijvoorbeeld hun uiterste best om hun nutsvoorzieningen te onderwerpen aan transparante, democratische beslissingsstructuren. Ook bij ons moet dat mogelijk zijn. Neem nu onze intercommunales. Waarom zou SP.A bovenop de vermindering van politieke mandaten niet kunnen ijveren voor de opname van werknemers en gebruikers in de raden van bestuur? De partij zou dat principe kunnen doortrekken naar alle overheidsbedrijven op regionaal en nationaal vlak.
De voordelen daarvan zijn legio. Door de controle toe te vertrouwen aan allen brengen we een grotere betrokkenheid tot stand. Net die betrokkenheid brengt een diepere identificatie tussen onszelf en de publieke diensten tot stand. Ze zijn werkelijk van ons, want we beslissen mee. Volgens John Mcdonnell kunnen we zo voorkomen dat publieke diensten ooit nog in private handen overgaan. In dit verband hecht de Canadese filosoof Charles Taylor een groot belang aan “citizen efficacy”. Er was een tijd dat de volksklassen voelden dat hun stem ertoe deed in de politieke arena. Dankzij de sociaaldemocratie konden ze iets gedaan krijgen. Socialisten van alle geledingen genoten respect omdat hun hervormingen effect sorteerden. Publieke diensten waren cruciale instrumenten om de levensstandaard van allen te verhogen. De laatste decennia wisten we echter onvoldoende een vuist te maken tegen de kwalijke effecten van globalisering. De levensstandaard van velen ging opnieuw achteruit. Het voedde het wantrouwen in ons politiek systeem. Mensen haken af. Wat is nog de zin van representatieve democratie wanneer links en rechts toch dezelfde (liberale) beleidsconsensus verdedigen? Het ongenoegen over deze economische en politieke achteruitstelling neemt alsmaar grote proporties aan. Rechts-populisten spinnen er garen bij door de woede te kanaliseren richting multiculturele elites en ‘vreemde’ bedreigingen. Volgens Taylor moeten sociaaldemocratische partijen daarom opnieuw de dadendrang van weleer tonen. De opdracht is tweeledig. Ze moeten de ongelijkheid aan de bron aanpakken en mensen opnieuw laten geloven in hun vermogen om te wegen op de politiek.[8] Aan ons om twee vliegen in één klap te slaan door het publiek eigendom in ere te herstellen.

*Dries Goedertier is adviseur studiedienst ACOD. Dit artikel verscheen in Aktief 2018, nr. 4, ledenblad van het Masereelfonds. Artikels mogen overgenomen worden mits bronvermelding.

[1] World Inequality Report, 2018.

[2] Filip Novokmet, Thomas Piketty, Li Yang, Gabriel Zucman, From Communism to Capitalism: Private vs. Public Property and Inequality in China and Russia, 2018.

[3] http://www.independent.co.uk/news/uk/politics/labour-nationalise-railways-water-energy-royal-mail-part-conference-john-mcdonnell-latest-a7965831.html

[4] http://www.world-psi.org/en/jeremy-corbyn-people-across-world-are-waking-fact-privatisation-has-failed

[5] Alternative Models of Ownership, http://labour.org.uk/wp-content/uploads/2017/10/Alternative-Models-of-Ownership.pdf

[6] https://labour.org.uk/manifesto/

[7] Sean Sweeney, John  Treat, Preparing a Public Pathway. Confronting the Investment Crisis in Renewable Energy, November 2017

[8] Charles Taylor, Social democracy versus populism, 15 mei 2017, http://www.broadbentinstitute.ca/163955/social_democracy_versus_populism