De blijde terugkeer van de BARBAAR

Interview met Chokri Ben Chikha. Interview afgenomen en bewerkt door Kelly Franceus en Femke De Cremer

Zoo humain is een nieuw, belangrijk boek over de multiculturele samenleving, weg van de naïeve clichés. Geschreven door een auteur, Vlaams in hart, Tunesisch in nieren. Het is geen stereotiep boek, wel een boek over stereotypen en hoe ze ingezet kunnen worden om de ander echt te ontdekken.

Je beantwoordt niet aan het stereotype van Vlamingen met een migratieachtergrond. Je bent werkelijk een duizendpoot: theatermaker, regisseur, danser, acteur, docent, onderzoeker… en binnenkort publiceer je jouw eerste literair boek? Mogen we dit beschouwen als het pronkstuk van je carrière?

Dat is een strikvraag hé, een test voor mijn bescheidenheid (lacht). Ik ben een hele tijd danser geweest, dat klopt, maar zoals je kan zien aan mijn lijn ben ik daar inmiddels mee gestopt. Ik ben ook al 47. Mijn laatste voorstelling danste ik samen met hele jonge mensen en dan besef je wel dat je er beter mee kan ophouden vooraleer je een karikatuur van jezelf bent geworden. Ik maak wel nog choreografieën . Ik ben inderdaad met heel veel verschillende dingen bezig, wat er enerzijds voor zorgt dat ik veel werk heb, maar anderzijds dat ik alle dingen kan doen die ik graag doe. Mijn boek zou ik geen literair werk noemen: het is iets tussen literatuur en een essay. Ik ben eraan begonnen omdat ik de behoefte had mijn gedachten te ordenen. Omdat ik met zoveel dingen bezig ben, is het soms een grote jungle in mijn hoofd. Schrijven helpt je gedachten goed te doorgronden. Toch vormde het schrijven van een Nederlandstalig boek een grote drempel, ik ben namelijk in veel verschillende talen opgevoed. Op dat vlak kan je zeggen dat ik wel beantwoord aan een stereotiep kenmerk van een Vlaming met migratieachtergrond. Je hoort rondom jou Arabisch, Frans, Engels, West-Vlaams,… Het Nederlands ging niet zo diep, ik moest een grote achterstand inhalen. Gelukkig had ik goede docenten. Het boek is dus een oefening voor mezelf, maar anderzijds wilde ik het ook niet te therapeutisch maken. Het boek is meerstemmig, het bevat een mengeling van artistieke, biografische en actuele elementen. Daarnaast is het in de eerste plaats een denkoefening. Proberen te begrijpen waar het allemaal om gaat, hoe we omgaan met de Dingen. Filosoof Jaap Kruithof was ooit mijn docent, vandaar die reflex om de Dingen te bevragen. Niet om enkel kritiek te leveren, maar ook om te trachten mogelijke pistes naar voren te schuiven. 

Vertrekpunt was je doctoraatsstudie waarin de kritische waarde van het gebruik van stereotypen als theatertekens onderzocht werd. Daarna werd het theatergezelschap Action Zoo Humain opgericht en schreef je het boek Zoo humain.

Het is inderdaad een langdurige zoektocht geweest. Gelukkig kreeg ik veel steun van ons gezelschap Action Zoo Humain, KASK en UGent. Stereotypen komen in onze voorstellingen natuurlijk aan bod: ik vergroot ze uit, ik speel ermee, ik bruuskeer ermee. Maar je moet er op letten dat dat spelen op een zeker moment ook gepaard gaat met reflecteren. Het gebruik van humor of ironie, spel, is eigenlijk een zeer ernstige bezigheid. Hoewel onze samenleving zeer hectisch is, moeten we toch de tijd nemen om stil te staan bij de strategieën die men gebruikt, over hoe we met elkaar omgaan, hoe de gemeenschappen binnen de multiculturele samenleving met elkaar omgaan. Dit praktijkgericht doctoraat – het eerste trouwens in de Benelux en een opportuniteit via KASK en UGent – bood me de luxe om echt de tijd te nemen deze vragen te onderzoeken. Het gaf me de tijd om na te denken, te experimenteren. Ik heb zes voorstellingen gemaakt – op straat, in Senegal en in de theaterzaal – en een doctoraat van een 300-tal bladzijden geschreven, het was dus een zeer heftige periode. Mijn vriendin zei: “het wordt ik of dat doctoraat”. Maar we hebben het overleefd hoor (lacht). Waarom juist stereotypen? Ik wilde nagaan welke strategieën interessant zijn. Of men nu intellectueel is of niet, meer dan 90% van ons denken verloopt via stereotypen, of we dat willen of niet. Vele mensen denken dat ze dat niet doen. De ene gemeenschap kan de andere gemeenschap verwijten te stereotyperen, maar eigenlijk doet iedereen het. Het heeft te maken met een noodzakelijke versimpeling van de complexe realiteit. De mens kan die complexiteit niet aan, hij heeft een vereenvoudiging nodig om niet bij elk verschil te moeten blijven stilstaan, we zouden er niet meer van kunnen slapen. Zeker in tijden van angst is het denken in stereotypen in alle lagen van de bevolking aanwezig. Men gaat over tot denken in vijandbeelden, tot simplificatie. Dat verklaart ook het succes van populistische figuren zoals Trump. De feiten en de nuances tellen niet, enkel de stereotypen zijn van belang. En daar zit ‘m het gevaar. Het is niet ‘erg’ om in stereotypen te denken op individueel niveau (hoewel niet bepaald wenselijk), maar als je als grootste partij of als regeringsleider de nuance uitsluit, heeft dit grote consequenties. Stereotypen werken immers in twee richtingen. De gekleurde Vlaming heeft ook stereotype denkbeelden over de blanke Vlaming. Internationale conflicten of sociale ongelijkheid drijven deze stereotypering op de spits en vergroten de polarisering van de maatschappij. Een voorbeeld. Toen in het nieuws verscheen dat 20% van de moslims begrip heeft voor IS, stelden intellectuelen als Vermeersch en de Gentse imam (Brahim Laytouss, n.v.d.r.) dat het een gevolg is van gebrek aan kennis over de Koran en de islam bij het gros van de moslimgemeenschap. Vermeersch verspreidde nochtans jarenlang mee het stereotype van de conservatieve moslim die zweert bij de letter van de Koran. Nu geldt er plots een ander stereotype: de ‘onwetende, barbaarse moslim’. Moslims kijken dan weer naar blanke westerlingen als ‘de ongelovigen, de barbaren, de dreiging’. Het boek is inderdaad een soort van synthese van deze hele zoektocht. De zoektocht die ik maak, die de minister-president van Vlaanderen maakt, omdat niemand oplossingen lijkt te vinden voor het omgaan met onze gepolariseerde maatschappij. 

Kregen stereotypen een andere invulling door  je ervaring in de theaterwereld? Tracht je die stereotypen te ontkrachten d.m.v. theater?

Reeds in de jaren ‘90 voelde ik de behoefte om theater te maken dat deze problematiek onderzoekt. Ook met Union Suspect, mijn vorige gezelschap. Het verschil met AZH is het aantal wetenschappers dat meewerkte en de brug wil slaan tussen kunst en wetenschap. Dat was een enorm vruchtbaar gegeven. Ik citeer graag Erwin Jans, dramaturg en zeer fijne denker, die zei dat theater als een laboratorium is, als een plaats waar geëxperimenteerd kan worden, in verband met identiteit of de richting van onze samenleving. Ik vind dat theater nog meer laboratorium mag zijn, voor de samenleving althans. Niet te veel l’art pour l’art, het mag meer geëngageerd en visionair zijn zonder aan poëtische kracht te verliezen, het mag weleens meer Masereel zijn. Kunst kan het middenveld en de politiek inspireren: zie Mei ‘68. Dat broeierige gevoel in de kunstwereld kwam toen ook tot uiting in de maatschappij, er kwam van alles in beweging, bijvoorbeeld de seksuele revolutie, de gelijkheid van man en vrouw… De kunsten hebben daar een enorm grote rol bij gespeeld. Denk maar aan Woodstock of dichter bij ons, in Nederland, de Provokunstenaars. Dat was enorm inspirerend voor de beweging. Kunst zal de wereld niet redden, maar kan wel een duw geven aan een beweging, of die inspireren. In die zin is het één van de plekken waarin geëxperimenteerd wordt. Ik zag vaak voorstellingen die goed bedoeld, maar al te vaak nogal moralistisch van aard waren. Je had geen middenweg tussen voorstellingen die de stereotypen in stand hielden, of voorstellingen met het opgestoken vingertje. Ik wilde iets dat wel werkte, ik wilde proberen de stereotypen in beweging te brengen. Daar zijn verschillende strategieën voor. Ik ben er naar op zoek gegaan: humor, ironie, of het spelen met je eigen identiteit. Kijk naar Arnon Grunberg die als Jood veel kan zeggen over joden, zonder dat de gemeenschap zich daardoor geschoffeerd voelt, dat is zijn troef. Als vrouw kan je ook meer seksistische praat verkopen dan als man. Ik doe dat ook: in een van mijn theatervoorstellingen laat ik mijn vader mijn moeder Fatima overhalen om naar België te komen omwille van het kindergeld. De mensen voelen zich daar ongemakkelijk bij omdat ik mijn eigen migratieachtergrond gebruik en uitvergroot om iets te zeggen wat iemand anders niet ‘mag’ zeggen. Die mogelijkheid kan veel in beweging zetten. Stereotypen zijn immers vaststaande beelden, één element, één eigenschap van een geheel dat je dan keihard gaat uitvergroten. Het ergste dat een stereotype kan overkomen, is nuance, complexiteit. Als je verwarring brengt, dan bevraag je de stereotypen. Je moet ze dus omhelzen en er mee ‘spelen’ op een doordachte manier, en hopen dat het publiek er in slaagt om ze te deconstrueren. Want laten we duidelijk zijn, ik geef geen recept voor wat goed theater is, dat zou getuigen van domheid.

 Het is duidelijk dat je met je projecten de confrontatie met het publiek niet schuwt. Kan je iets vertellen over de komende voorstellingen met AZH en NTGent,  Soumission en Platforme?

De stukken zijn gebaseerd op de boeken van Michel Houllebecq, waarmee ik al langer iets wilde doen. Houllebecq laat mensen niet onverschillig. Hij maakt zeer interessante denkoefeningen: stel dat er een moslimpresident komt in Frankrijk, hoe zouden mensen daarop reageren, hoe zouden we ermee omgaan? Door die veronderstelling provoceer je de lezer, maar ook de positie van Houllebecq komt onder vuur te liggen. Haat hij de Europese cultuur of de moslims, of de vrouwen? Of is hij een genie die profetieën doet? Hij voelt de angst van de tijd heel erg goed aan, de weemoed naar ‘eenvoudiger’ tijden. De inspiratieloosheid van Europa, dat er niet in slaagt zichzelf heruit te vinden. Les valeurs republicaines versus de achteruitgang van Frankrijk. Enerzijds is zijn werk, anderzijds zijn persoon onderwerp van de voorstelling. Pas op, hij heeft domme uitspraken gedaan over moslims en vrouwen. Maar in eerste instantie is het mij om zijn werk te doen. 

Deze voorstellingen mogen we verwachten in het voorjaar van 2017. Maar nu brengt Action Zoo Humaine de Waarheidscommissie. Jij pleit voor dergelijke commissies, geïnspireerd op de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissies? Hoe zie je dat?

Eind dit jaar houden we in Antwerpen opnieuw een Waarheidscommissie. Er zijn de voorbije jaren ongelooflijk veel wonden geslagen. Er zijn uitspraken geweest van een zekere burgervader over zijn Berberse stadsgenoten, dat ze moeilijker zouden integreren dan andere bevolkingsgroepen. Dat is een zeer stereotype uitspraak. Er waren de problemen met Sharia4Belgium. In Antwerpen is er een sterke polarisatie, waar we met de Waarheidscommissie over willen spreken, een dialoog creëren. Alles wordt op tafel gegooid, alles mag uitgesproken worden. Er wordt aan fact checking gedaan met professoren van de Universiteit Antwerpen. Er wordt ook naar de geschiedenis in Antwerpen gekeken, meer bepaald naar de koloniale erfenis. Bijvoorbeeld de drie wereldtentoonstellingen (1885, 1894 en 1930) waar “exoten” tentoongesteld werden. Je kan dat banaliseren, maar daar zijn wel miljoenen mensen naar komen kijken. Voor de doorsnee mens was het vaak de eerste keer dat hij of zij in contact kwam met een zwarte. Als dan direct de connotatie gemaakt wordt met een dier, met een minderwaardige soort, zaait dat een bepaald idee in het bewustzijn van de mensen. Ook de Koloniale Hogeschool in Antwerpen was een broedplaats voor racistische ideeën, dixit Jef Geeraerts. Er zijn in Congo ongeveer 5 miljoen Congolezen vermoord, dat kan je niet doen als er geen racistisch denkbeeld aan vooraf gaat. We zijn dit collectief vergeten, maar het is wel degelijk gebeurd. De Waarheidscommissie is geen afrekening, maar wil vier soorten waarheden in kaart brengen: de feitelijke waarheid, de subjectieve waarheid (waarneming), de artistieke waarheid en de intersubjectieve waarheid (dialoog). Het zoeken naarde (historische) waarheid is belangrijk voor een gemeenschap om verder te kunnen. Naar aanleiding van het historisch onrecht dat de Joden werd aangedaan in 1943 kwamen er in 2007 terechte excuses van het Antwerpse stadsbestuur, komen er nu ook excuses voor de overleden en tentoongestelde Congolezen tijdens de wereldtentoonstellingen?

 Je spreekt in je boek niet over ‘de ander’, maar over ‘de barbaar’. Vanwaar die woordkeuze?

Het was mijn keuze om daar een beetje mee te spelen. Ik had zo’n afkeer van het woord de ander. De barbaar leent zich meer tot spel, kan alles zijn. Wie is het slachtoffer, wie is de beul? Ik onderschat de lezer niet, ik hoop dat hij daardoor beter gaat nadenken dan bij ‘de ander’.

Hoop je met het boek te bereiken dat mensen gaan nadenken over bepaalde concepten?

Ik hoop dat het iets met hen doet. Dat ze af en toe eens lachen, ontroerd raken en ook eens stilstaan bij die donkere bladzijden uit onze geschiedenis. Maar je hebt daar geen vat op. Ik probeer heel hard mijn best te doen, maar je kan de reactie van een publiek niet inschatten, dat is bij mijn theatervoorstellingen net hetzelfde. 

Je werd gebombardeerd tot cultuurmanager van het Vlaams paviljoen in Dubai in 2020 en je gaat daarvoor op zoek gaat naar de Vlaamse identiteit. Heb je ze al gevonden? Een tipje van de sluier?

Ik heb nog tijd tot 2020, hé! Binnenkort gaan we op zoek in Waregem, met de interactieve voorstelling Flemish Pavillion. We zijn er mee begonnen in CC De Westrand in Dilbeek, “de stad waar Vlamingen thuis zijn”. Heel inspirerend, ik hoop alle provincies te kunnen aandoen. Mensen zijn enthousiast, willen meewerken, ze brengen me van alles: een pispot, een plaat van Will Tura, een koersfiets. Ze vullen de enquête in, waarin ik dan vragen stel als  “Wanneer voel je je het meest Vlaams?”. Daar krijg je heel fascinerende antwoorden op. In ieder geval vertrekt het Vlaams Paviljoen vanuit een bottom-up principe dat ik consequent probeer vol te houden.

Je bent niet mals voor collega’s uit de cultuursector: “Onze cultuurinstellingen lijden aan sclerose; wat betekenen ze nog? Welke inspirerende en visionaire artistieke ideëen en acties ondernemen zij rond de grote uitdagingen van deze tijd: het milieu en … de sociale breuk?” Werd jouw sollicitatie als cultuurminister niet au sérieux genomen? Wat zou jij als cultuurminister wel realiseren?

Het is gemakkelijk om kritiek te geven op politici, bepaalde mechanismen in de maatschappij, enzovoort. Maar je moet ook constructief kritisch zijn voor je eigen sector, voor je eigen gemeenschap. Autokritiek is belangrijk. Het is een feit dat de culturele sector achterop hinkt. Op vlak van diversiteit wordt vooral gepalaverd, op scene zie je daar weinig van. Dat zijn gemiste kansen. Je kan dat onder de mat vegen, maar dat is niet mijn stijl. Als minister van Cultuur zou ik daar veel harder in zijn. Voor Schauvliege was het geen topprioriteit, voor Gatz is het dat al meer, maar ze zijn te mild. Er moet een serieuze inhaalbeweging gemaakt worden, maar dat doe je niet met pleisters op een houten been. Zie bijv. beslissingen over vrouwenquota of dieseltaks. Pas na die maatregelen is er een gedragsverandering opgetreden, hoe klein ook. Het gedrag van mensen verander je niet zomaar, je moet ze soms pushen. Er is teveel tijd verloren gegaan. Maar ik blijf hoopvol, de multiculturele samenleving is een feit. Woorden zijn niet genoeg, nu dienen ook doortastende daden te worden gesteld. Hoe gaat dat liedje ook al weer? “Geen woorden maar daden…”.

www.actionzoohumain.be

Dit interview verscheen in Aktief 2016, nr. 5, ledenblad van het Masereelfonds. Artikels mogen overgenomen worden mits bronvermelding.